Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
2Ö6 —
dikle van 1 .3 ellen, en liel is duidelijk, dal die laag eersl
ontslaan is nadat de dijk aangelegd was, want le voren
zou de liooge rivier ook liet land aan de binnenzijde des
dijks overstroomd, en dit dus mede in de ophooging ge-
deeld hebben. Vermits wij nu zeker zijn, dal de bo-
venste kleilaag, sedert den aanleg van den dijk, door de
rivier is gevormd geworden, moeten wij het voor waar-
schijnlijk houden, dal hel onderste gedeelte dier laag, welke
zich ook onder het land binnendijks uitstrekt, insgelijks
aan overstroomingen van vroegeren tijd is toe te schrijven.
De rivier doet intusschen niet overal kleigronden ont-
staan; dit geschiedt alleen daar, waar het water bijna tol
stilstand komt, omdat daar alleen de fijne kleideelen be-
zinken; bij eene eenigzins grootere snelheid blijft deze slof
drijvende en zinkt alleen het zwaardere zand. Bij doorbra-
ken, waar het water met aanmerkelijke snelheid instroomt,
wordt daarom het land altijd met zand bedekt. Zoo ook
vormen zich in de rivier zelve, midden in den stroom, wel
zandplaten, maar geen kleibanken; en begeeft men zich
hooger op naar Arnhem of Nijmegen, dan vindt men hoe
langer hoe grover zand, en eindelijk steentjes op den bo-
dem der rivier bezonken. Alleen in den Hollandschen
IJssel treffen wij een voorbeeld aan van het ontstaan van
eene kleilaag in de rivier zelve; maar de oorzaak van die
uitzondering wordt duidelijk, als wij bedenken, dal het af-
stroomende IJsselwater bij eiken vloed door het uit de
Maas opkomende vloedwater tegengehouden wordt; dat er
dus bij eiken vloed een' tijdlang stilstand van het water
plaats heeft, en ziedaar juist de omstandigheid, die noodig
is, om klei te doen bezinken; het is die klei, welke onop-
Fig. 91.
houdelijk uil de rivier gebag-
gerd wordt, en waarvan in de
steenovens aan den oever de
zoogenoemde IJsselsteenen ge-
bakken worden.
Fig. 91 stelt eene doorsnede
door het duin voor, in de nabij-
heid van Gravenhage, welke
ziglbaar is geworden bij hel