Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 2G2 —
gelmalig vierkant, en over 't geheel in vorm zoo gelijk aan
de ijzerdeeltjes, die in het inwendige voorkomen, dat men
daaruit besluit, dat er dergelijke ijzerkristalletjes voorhan-
den geweest zijn. Deze steensoort heeft overeenkomst met
den gebakken' steen, die tot het bouwen van huizen ge-
bruikt wordt; immers als men dien doorbreekt, vindt men
ook kleine barsten in menigte, die in de ongebakken klei
niet aanwezig zijn, maar die er onder het bakken in den
steenoven in zijn gekomen; in den gebakken' steen ziet men
ook zandkorrels tusschen het verharde kleideeg in liggen,
die zich daarvan onderscheiden, even als in den natuur-
steen de ijzerdeelen van de hoofdstof van den steen zich
laten onderkennen.
Noet weder eene andere soort van steenen vertoonen, als
O '
men ze doorbreekt, eene verdeeling in dunne lagen, die
echter aan elkander verbonden zijn, zoo als bij eene door-
gebroken lei; zulke steenen schilferen op de breuk; ge-
woonlijk vereischt het veel minder kracht om ze langs die
lagen vaneen te doen splijten, dan of men ze in eene rig-
ting dwars op die lagen doorbrak. Ook onder die leiach-
tige steenen is weder zigtbaar verschil in bestanddeelen
en kleur. Ze komen intusschen in ons land veel minder
Voor dan de korrelige en digte steensoorten.
Somtijds, maar zelden, vindt men steenen van een ge-
heel eigenaardig zamenstel, en die inwendig hol zijn; men
erkent ze aan den klank dien ze geven, als men er met een
hard ligchaam tegen slaat; zulke steenen zijn meestal lang-
werpig rond. Breekt men ze door, dan ziet men op de
breuk dikwerf een aantal zeer dunne lagen, die gekromd
zijn overeenkomstig den uitwendigen vorm van den steen,
en die verschillend van kleur zijn; de holte zelve is som-
tijds met kleine kristallen bezet, die zeer fraai en regel-
matig zijn, dit is gekristalliseerde kiezelaarde of zooge-
naamde kwarts.