Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
houden, dat wij zelve met onze zintuigen mede tot de natuur
hehooren, en dus aan dergelijke veranderingen en bewegin-
gen onderworpen zijn; hetgeen op ons oordeel over het-
geen wij waarnemen, invloed uitoefent. Men zal dat best
inzien, als men bedenkt, hoe wij , in een schuit varende,
of op een' spoorweg rijdende, dikwijls moeite hebben ons
te overtuigen, dat wij zelve het zijn die bewegen, en niet
de voorwerpen aan den kant, die tocVi schijnbaar ons voor-
bij gaan.
V.
Waarnemingen en Proeven.
Vele eigenschappen der ligchamen worden ons bekend,
als wij maar oplettend zijn op hetgeen er dagelijks rondom
ons gebeurt, en ons gewennen om na te denken over het-
geen wij waarnemen. Men behoeft enkel op te letten, om
te merken, dat marmer en metaal koud is, wol en hout
niet-, dat vogels vliegen kunnen, en visschen zwemmen-, dat
papier gemakkelijk brandt, goud en zilver niet; de dage-
lijksche ondervinding leert een' ieder, dat een stuk steen
valt, wanneer men het loslaat.
Er zijn intusschen andere eigenschappen, die zich niet
van zelve aan onze zintuigen aanbieden, die eerst dan merk-
baar worden , wanneer wij de ligchamen in een' bepaalden
toestand brengen. Wanneer eene glazen buis, die onder
en boven open is, in eene kom met water staat, gebeurt
er niets bijzonders, maar wanneer wij den mond aan het
boveneinde van de buis brengen en daaraan zuigen, zien
wij het water in de buis omhoog gaan. Om dat verschijn-
sel te kunnen gewaarworden, werd er eene voorbereiding
vereischt, er heeft iets bepaalds vooraf moeten geschieden.
Wanneer een blaasbalg stil in de hand gehouden wordt,
gebeurt er niets maar als wij daarmede bewegingen ma-
ken, alsof wij vuur wilden aanblazen, en wij de hand vóór
de pijp van den blaasbalg houden , zoo wordt er iets bij-
zonders waargenomen , en voelen wij wind.
In het eene dus zoowel als in het andere geval neemt
men waar. Geschiedt dit zonder eenige voorbereiding, zoo