Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 258 —
Zand is eene verzameling van zeer liarde korrels, die niet
aan elkander hangen; de korrels verschillen in grootte, hij
fijn en grof zand, vaneen onderdeel van eene Nederlandsche
streep tot 3 a 4 strepen. Zijn de korrels grooter, dan noemt
men ze steentjes, en de verzameling daarvan krijgt den naam
van grind. De gedaante der korrels is ook zeer verschil-
lend, somtijds afgerond, somtijds met scherpe hoeken of pun-
ten; men onderscheidt daarom zacht en scherp zand. Wan-
neer men zand van nabij beziet, vindt men dat het meestal
een mengsel is van eigenlijk zand met aarddeelen, ook met
kleideeltjes; om het daarvan af te scheiden, giet men er
water op, roert het daarmede om, en laat de zwaardere
deelen bezinken, het water blijft dan troebel, omdat de
kleine deeltjes er in blijven zweven. Giet men dit troebele
water af, en herhaalt men dat afspoelen eens of meermalen,
totdat het water, na het omroeren, eindelijk geheel hel-
der wordt, dan is het bezinksel bijna zuiver zand. Het
bestaat dan grootendeels uit zeer licht gekleurde korrels, die
dikwerf doorschijnend zijn als glas, en die, onder een ver-
grootglas gezien, uiterlijk veel op witte keisteenen gelijken,
waarmede zij trouwens ook in inwendigen aard geheel over-
eenkomen. Zuiver zand kleeft in 't geheel niet aan de vin-
gers; het verandert niet als het in azijn gelegd wordt,
en evenmin als men het zeer sterk verhit, zoodat van ver-
branding geen sprake zijn kan. Een grond die zuiver zand
bevat, is zeer licht van kleur en somtijds bijna wit; maar op
vele plaatsen heeft zandgrond eene andere kleur, nu eens
lichtblaauw, dan weder geel, lichtbruin en zelfs donker-
bruin, somtijds zwartachtig of grijs. Bezien wij zulk gekleurd
zand van nabij, dan ontdekken wij spoedig de reden van
die kleur. Wij zien dan dat het zand uit twee- of meer-
derlei deelen bestaat, uit ongekleurde korrels, het eigenlijk
zand, en uit andere gekleurde stoffen. Zoo is bijv. de
zwarte kleur een gevolg van de inmenging van deelen teel-
aarde en veen, de gele of bruine van ijzerroestdeelen. Valt
dat onderscheid niet dadelijk in 't oog, dan is het dik-
werf nog mogelijk door slibben of spoelen aan te toonen,
dat zulk zand een mengsel is van zuiver ongekleurd zand
met eene andere stof; want dan zien wij het bij het be-