Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 257 —
verlirandt zuivere iilei niet, alleen krimpt zij dan aanmer-
kelijk in, en wordt daarbij tot een geheel verhard, welks
deelen sterk zamenhangen; het is de stof, die wij als ge-
bakken' steen, aardewerk, tegels, vloersteenen, dakpan-
nen, enz. kennen. Onder het branden verandert de kleur
en wordt, naar gelang ook van den graad van verhitting,
hetzij rood, geel of groen.
De eigenschap der kleideelen van aaneen te kleven, maakt
een' grond, die uit enkel klei bestaat, ondoordringbaar
voor de worlels der planten, en dus onvruchtbaar. Is
echter de klei met zand gemengd, zoo is ook die zamen-
hang op vele plaatsen minder, en is dus de grond beter
voor den plantengroei-, in alle gevallen is er regen noodig
om den grond los le maken, met mate evenwel, daar hel
water door zuiveren kleigrond niet, en door gemengden maar
weinig heendringt, zoodat de plant ligt van te veel waler om-
ringd zou blijven, 't geen voor het groeijen ook schadelijk is.
Met klei overeenkomstig, maar toch daarvan verschil-
lende is de grondsoort, die men mergel noemt. De ken-
merkende eigenschap van mergel bestaat daarin, dat, als
men er azijn of een ander zuur op giet, er luchtbellen uit
oprijzen-, deze lucht is gebleken koolzuur te zijn, en men
heeft verder gevonden, dat dit koolzuur in den mergel met
kalk verbonden is. 't Is dus de aanwezigheid van kool-
zuren kalk, die den mergel kenmerkt; de zamenhang en
de kleverigheid van den mergel duiden verder klei daarin
aan, en deze maakt er niet het geringste deel van uit; dik-
werf is er bovendien zand in aanmerkelijke hoeveelheid
onder. Naar male nu van de verhouding, waarin kalk,
klei en zand gemengd zijn, onderscheidt men mergelklei,
kleimergel en zandmergel. De kalkdeelen zijn wit van kleur
en door hunne vermenging met de andere bestanddeelen
van den mergel ziet deze er gewoonlijk witachtig graauw
uit. De mergel is minder vet en kleverig, op het gevoel
daarentegen scherper, harder en brozer dan klei. Men
vindt dikwerf overblijfselen van schelpen, hoorntjes en slak-
kehuizen in den mergel, en daar deze ook uit koolzuren
kalk bestaan, zoo is het waarschijnlijk, dat de kalkdeelen van
dergelijke ligchamen afkomstig zijn.
■17