Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 2o5 -
Veel overeenkomst met de tuin- of teel-aarde lieeft eene
andere grondsoort, die zeer menigvuldig in Nederland wordt
aangetroffen, veen namelijk, waarvan de turf vervaardigd
wordt. Versch uit den grond gedolven veen is eene stof
van alle mogelijke tinten van bruin, tot bij zwart af, die
brandbaar is en na de verbranding eene hoeveelheid asch
achterlaat. Als men een' turf naauwkeurig beziet, ontdekt
men daarin duidelijk vezels, wortels van planten, van riet
of biezen, en deze zoowel als de brandbaarheid toonen aan,
dat veen uit planten ontstaan is. De luchtsoorten, die bij
de verbranding van turf zich ontwikkelen, zijn dan ook
dezelfde als die, welke de verbranding van planten ople-
vert. Veen bestaat mede uit koolstof, waterstof en zuur-
stof, en uit hetgene wij gewoon zijn asch te noemen. Bo-
vendien is er dikwerf zand in gemengd.
Als de turf uit den grond gehaald wordt, bevat hij eene
groote hoeveelheid water, dat er deels door droogen in
de lucht uittrekt, deels door verwarming uitgedreven kan
worden. Er zijn turfsoorten, wier gewigt tot op de helft
indroogt, van sommige soorten blijft maar ^ van het aan-
vankelijk gewigt over. De gedroogde turf vormt een za-
menhangend geheel, dat ligter is dan water, en dat door
sterke persing tot een' aanmerkelijk kleineren omvang za-
mengedrongen kan worden-, het is tevens, veêrkrachtig, en
dus zeer geschikt om geluidtrillingen voort te planten. Men
onderscheidt twee hoofdsoorten van veenen: lage en hooge
veenen, welke benaming afkomstig is van de ligging van
den grond, waarin hel veen voorkomt. De eerstgemelde
geven zwarter en zwaarder turf, de laatste graauwer of
ligter gekleurden, die echter, hoe dieper men in den
grond graaft, des te donkerder wordt. In de laatste soort
kan men de overblijfselen van planten gemakkelijker on-
derscheiden dan in de eerste. Uit de lage veenen, in welke
de veenstof weinig zamenhang heeft, wordt deze door bag-
gering uitgehaald, en over het land in eene laag uitge-
spreid, die men, nadat zij droog geworden is, in turven
verdeelt. In de hooge veenen daarentegen wordt de veen-
laag onmiddellijk op de plaats zelve afgestoken; vandaar
de benamingen van bagger- en steekturf. In de veenen