Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page

P
ïi>

— 254 —
meeste planten noodig, en dus voor den landbouw en de
veeteelt van groot belang is. Daar, waar zij öf geheel ont-
breekt, öf in geringe hoeveelheid aanwezig is, groeit weinig,
en zulk een' liodem noemen wij onvruchtbaar. Het is eene
stof, die zwart van kleur is, en die uit weinig zamenhan-
gende deelen bestaat, zoodat ze gedroogd tot poeder uit elk-
ander valt, en gemakkelijk tusschen de vingers fijn gewre-
ven kan worden. Zij neemt water uit de lucht op, en kan
daarvan | van haar eigen gewigt bevatten, zonder er nat
uit te zien. Overgiet men ze met zuiver water en roert
men ze daarmede om, dan bezinkt er vooreerst eene hoe-
veelheid zand uit. Een klein gedeelte van de aarde zelve
lost zich in het water op; als men toch dat water door ver-
warming uitdampt, dan laat die verdamping een ligchaam
achter, dat eenige overeenkomst heeft met vuil zout. Ver-
hit men de overig gebleven aarde sterk, zoo verbrandt ze
en verandert in lucht; vangt men die lucht op, en onder-
zoekt men ze, dan blijkt het koolzuur en waterdamp te zijn.
De bestanddeelen van teel-aarde zijn dus voornamelijk kool-
en waterstof, en ook zuurstof; want dat deze laatste stof .er
mede in voorkomt, is bij naauwkeurig onderzoek gebleken.
Het zijn dezelfde bestanddeelen als die in planten voorkomen;
trouwens het is bekend, dat tuin-aarde zich juist daar vormt,
waar boomen, of gras, of heideplanten gegroeid hebben en
vergaan zijn. Weêrkeerig geeft die zwarte aarde voedsel
aan de planten die daarop groeijen. Vandaar dan ook,
dat een land, waarop jaar aan jaar planten groeijen, die
daaruit haar voedsel trekken, en die afgemaaid en wegge-
voerd worden, na eenigen tijd uitgeput is, terwijl zulks niet
het geval is, als het gewas op het land blijft staan, ver-
gaat, en op zijne beurt aarde vormt, die weder voedsel voor
volgende planten geven kan.
De eigenlijke teel-aarde komt nooit alleen izi den grond
voor; men vindt ze vermengd met vele overblijfselen van
vergane planten, die nog niet in aarde veranderd zijn,
vooral wortelvezels; buitendien bevat zij altijd eene groote
hoeveelheid van twee andere grondsoorten, zand namelijk
oi^klei; zand maakt zelfs van de vruchtbaarste tuin-aarde
nog drie vierde gedeelten uit.