Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
ZEVENDE AFDEELING.
d ei.f s toffen.
Over Grondsoorten.
Na een aantal belangrijke verschijnselen te hebben be-
schouwd, die de ons omringende natuurligchamen aanbie-
den, willen wij ons eenigermate nader met die ligchamen
zelve bekend maken. Men verdeelt ze gewoonlijk in delf-
stoffen, planten en dieren, ook wel in levende en niet levende
wezens, en brengt dan planten en dieren tot de levende,
delfstoffen tot de niet levende wezens-, tot deze laatste be-
hooren intusschen ook water en lucht.
Wat wij onder den naam van delfstoffen verstaan, blijkt
uit het woord zelf: alle stoffen die uit de aarde gedolven
worden. Het zijn die, welke gezamenlijk de aarde uitma-
ken, dat is, dat groote vaste ligchaam, waarop wij staan en
gaan, waarin de planten, door middel van hare wortels,
bevestigd zijn, en waarop wij onze woningen bouwen. Dat
de aarde uit verschillende soorten van stoffen bestaat, dat
er verschillende grondsoorten zijn, is een' ieder bekend en
valt dadelijk in 't oog, wanneer men verschillende land-
streken bezoekt. Hier zien wij een' dorren zandgrond,
daar een vetten kleigrond, elders leemgrond of mergel, op
vele plaatsen vinden wij veenderijen, en van die alle on-
derscheiden wij nog weder de eigenlijke aarde, in een'
meer bepaalden zin aldus genoemd. Om aan het woord
aarde geen twee beteekenissen te geven, zullen wij deze
laatste stof tuin- of teel-aarde noemen.
De bovenste slof, die wij in den grond aantreffen, is
meestal deze teel-aarde; zij is het, die voor den groei der