Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
, — 2i8 -
IV.
Magnetismus. Electrische Telegrafen.
Behalve de eigenschap der electriciteit kent men aan en-
kele ligchamen, soms alleen onder bepaalde omstandigheden,
nog eene andere eigenschap toe, die met de eerstgemelde,
even als de scheikundige verwantschap, zeer naauw zamen-
hangt. Zij is het eerst aan eene soort van ijzerroeststeen,
zeilsteen geheeten, ontdekt geworden. Dompelt men zulk
een' steen in ijzervijlsel, dan blijft er dat gedeeltelijk aan
kleven en hangen, ja geheele stukjes week ijzer worden er
wel door aangetrokken en vastgehouden, en, wat nog vreem^.
der luidt, zulk een stukje ijzer wordt, ofschoon in min-
dere mate dan de zeilsteen, dezelfde eigenschap deelachtig,
en kan andere ijzerdeelen aantrekken en hangende houden,
gelijk deze weder op hunne beurt, enz. Maakt men echter
(zie Fig. 8G) het bovenste stukje ijzer A, onder meer, die
Fig. 86. op zulk eene wijze aan een' zeilsteen hangen, los, al
doet men dit nog zoo behoedzaam, dan vallen da-
delijk de overige B en C af, en zij worden niet weêr
Bg door het stukje A gehouden, zop lang men dit niet
fO andermaal aan den zeilsteen brengt. Niet alzoo is
hel met stukjes gehard staal gelegen. Deze moeten eene
wijl met den zeilsteen in aanraking gehouden worden, eer
zij er aan blijven hangen. Ook ontwikkelt er zich eerst
na verloop van eenigen lijd de bewuste eigenschap in,
om op hunne beurt ijzer aan te trekken. Daartegen staat
echter over, dat zij, eindelijk losgerukt, die eigenschap be-
houden; men noemt ze dan magneten, en wel kunstmag-
neten, omdat de zeilsteenen ook wel natuurlijke magneten
genoemd worden.
Als men eenige naainaalden herhaalde malen over de-
zelfde plaats van een' zeilsteen geheel op dezelfde wijs ge-
streken heeft, dan zijn zij tot dergelijke kunstmagneten ge-
worden, waarvan men zich gemakkelijk kan overtuigen,
door ze in ijzervijlsel te steken. Of indien men er een pa-
pier overheen legt, en daarop ijzervijlsel strooit, dan voegt
xich dit te zamen (zie Fig. 87), en men kan aan de groe-r