Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
■WW
— 242 —
achlige electriciteit van de lakstang en de gebonden glas-
achtige electriciteit op den geleider in het aanrakingspunt
A, en de geleider blijft harsachtig electrisch. Wat de lak-
stang aan harsachtige electriciteit verloren heeft, dat won de
geleider, 't Scheen wel alsof er eene zeer bewegelijke stof
van het lak op het koper overvloeide, maar in verband met
het voorgaande is dit niet meer dan schijn, 't Is wijders
klaar, dat de harsachtig electrische toestand van B zich nu
niet bij dat uiteinde kan blijven bepalen-, dit zal van ston-
den aan zelf op de overige deelen van den cilinder gaan
werken even als straks de lakstang, zoodat ten laatste de
electrische eigenschap zich wel niet eenparig, maar toch op
eene regelmatige wijze, over geheel den cilinder zal hebben
verdeeld.
Als men niet enkel aan de uiteinden A en B, maar op
meer plaatsen paren vlierpitballetjes aanbrengt, en vervol-
gens den geleider electriseert, dan nemen wij aan het meer
of min uit elkander wijken van de verschillende paren waar,
dat niet alle plekken van den cilinder even sterk electrisch
zijn, maar dat de electriciteit naar de uiteinden toeneemt
en middenop nul is. Een opzettelijk onderzoek is daar-
omtrent ook op geleiders van een' anderen vorm in 't werk
gesteld, en heeft in 't algemeen geleerd, dat het oppervlak
van een' geëlectriseerden bol, het eenig oppervlak dat eene
eenparige kromming heeft, overal even sterk electrisch is,
maar dat zoodra de gedaante van een' geleider van de bol-
vormige verschilt, die plekken 't meest electrisch worden,
die de grootste kromming of welving hebben. Dit zal dus
in de grootste mate gelden van scherpe kanten en punten,
voor welk geval de omgevende lucht, die anders slecht ge-
leidt, mede electrisch wordt, en den metaalgeleider zijne
electriciteit doet verliezen. Zelfs al mogt deze overal zorg-
vuldig afgerond zijn, zoo zal de electriciteit, bijaldien zij sterk
daarop ontwikkeld is, naar een' anderen goeden geleider
heen die zich in de nabijheid bevindt, zulk eene spanning,
gelijk men zegt, kunnen verkrijgen, dat zij zich over de
lucht aan genoemd ligchaam mededeelt, 't geen dan van
lichtontwikkeling gepaard gaat, zoodat men vonken ziet
overspringen.