Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— L>.il —
leiden wij die eleolricileit af en doen ze le loor gaan. Verwij-
deren wij vervolgens de lakstang, dan verloonen zicli Leide
paren vlierpitballeljes a, zoowel als b, uit elkander geweken.
De geheele geleider is derhalve nog electrisch, en stellen
wij ook op die electriciteit een onderzoek in 't werk, zoo
Lespeuren wij tot onze verwondering, dat zij glasachtig is»
Verwijderen wij daarentegen de lakstang, zonder alvorens
de harsachtige electriciteit van B door aanraking af te lei-
den j dan hangen al de vlierpilLalleijes weêr regt naar Le-
neden, en de geleider is dus volstrekt niet electrisch.
Van dat alles kunnen wij ons nu niet wel eene andere
voorstelling maken, dan door aan te nemen, dat, onderden
invloed van de gewreven lakstang L, dat uiteinde A van den
geleider 't welk er zich het digist Lij bevond, glasachtig elec-
trisch werd. Dan toch laat het zich hooren, dat bij ver-
wijdering van de lakstang, beide eigenschappen, de glas-
en harsachtige electriciteiten, in gelijke mate aanwezig, zicli
op dezelfde wijze over den ganschen cilinder verbreiden,
waarvan het noodzakelijk gevolg zijn moet, dat van geen
van beiden iets meer te merken valt, want een zelfde plek
van den cilinder kan onmogelijk op 't eigen oogenblik een
voorwerp aantrekken en tegelijk afstooten. Hebben wij ech-
ter, alvorens de lakstang te verwijderen, door aanraking
de harsachtige electriciteit verminderd, dan zal naderhand
de glasachtige het winnen en alleen merkbaar worden. Zoo
lang evenwel de lakstang nog in de nabijheid gehouden
blijft, kan men zich van den onderstelden glasachtig elec-
trischen toestand van het uiteinde A door geene proef ver-
gewissen. Men houdt het er alzoo voor, dat de glasach-
tige electriciteit, ofschoon daar allezins voorhanden, zicli
niet vrijelijk kan uiten, van wege de aantrekking der hars-
achtig electrische lakstang, en dat het er op dergelijke wijze
mee gelegen is als met de warmle, die bij 't smelten van
ligchamen, van ijs of sneeuw bijv., als 't ware gebonden
en belet wordt op 't gevoel zich vrijelijk te openLnren. ■
Die werking op afstand stelt nu de dadelijke mededeeling
der electrische eigenschap in een nieuw licht. Brengen wij
toch de gewreven lakstang al nader bij en eindelijk in aan-
raking met den cilinder, d.Tn vereenigen zich de vrije hars-