Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 240 —
wrijft, wordt glasaclitig, het lakensch of wollen lapje, waar-
mede men de glazen staaf wrijft, daarentegen harsach-
tig electrisch. Opmerkelijk is het, dat mat geslepen glas,
met wol gewreven, zelf harsachtig electrisch wordt, en de
wol dus glasachtig electrisch maakt. Het is klaar, dat men,
zoo de ligchamen goede geleiders zijn, ze hij deze proeven
niet onmiddellijk in de hand mag nemen, dan toch zouden
ze electrisch kunnen worden, zonder dat wij er iets van
merkten.
H.
Mededeeling en werking op afstand. Verdeeling der Electriciteit.
Leidsclie flesch.
rig. 81. Voorziet men een' geleider,
n-jj. bestaande uit een' liggenden ci-
j M linder van koper of ander me-
Ê ^ ^ taal op een' glazen standaard,
/|ygelijk in Fig. 81 afgebeeld is,
Ê ^^ 'li A aan elk uiteinde van een paar
jJÊ ji g iiV vlierpitballetjes, die aan even
I__lange linnengarendraadjes han-
gen, dan zal men aan die pa-
ren balletjes moeten kunnen zien , of de geleider electrisch
is al dan niet. In het eerste geval toch zal er onderlinge
afstooting plaats grijpen, in het ander geval daarentegen
zullen zij regt nevens elkander hangen. Zoo bevinden wij
het inderdaad, als wij den geleider bijv. met eene gewre-
ven lakstang aanraken.
Maar gesteld eens, wij houden de lakstang L op een' ge-
ringen afstand van A, niet zóó gering evenwel, dat de
vlierpitballetjes a, die nu door de lakstang aangetrokken
worden , deze kunnen bereiken, of dat wij vonken zien of
hooren overspringen, wat zal er dan gebeuren? Wij zien
dan de vlierpitballetjes Z> uit elkander wijken, een blijk, dat
het uiteinde B van den cilinder electrisch geworden is. On-
derzoeken wij nu, met behulp van een proefvlakje en elec-
troscoop, de natuur dier electriciteit, dan bevinden wij ze
harsachtig, gelijk die der lakstang. Raken wij voorts het
harsachtig electri.sch uiteinde B even met den vinger aan, dan