Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 238 —
stukje scliel- of gomlak, met gutta-perclia en met zooge-
noemd scliietpapier, dat op dezelfde wijze als het Lekende
schietkatoen bereid is geworden.
Met andere ligchamen, metalen bijv., gelukt de proef
niet; maar dat is nog geen bewijs, dat deze niet electrisch
worden. Want die eigenschap is vatbaar voor verbreiding
over eene grooter oppervlakte, en dus ook voor mede-
deeling bij aanraking. En 't spreekt wel van zelf, dat zij
zich zwakker zal betoonen naar mate zij zich meer verbreid
heeft.
Hoe gemakkelijker derhalve de eigenschap zich over de
belendende deelen uitbreidt, des te spoediger verliest zij
zich. Metalen nu denkt men zich als zeer goede geleiders
der electriciteit, en daaruit volgt, dat, of wij al eene ko-
peren staaf, door ze even als eene lakstang te wrijven ,
electrisch konden maken, wij dat toch niet zouden kun-
nen zien. Want naauwelijks is de eigenschap op een ge-
deelte der staaf opgewekt, of zij heeft zich reeds medege-
deeld aan de overige deelen niet alleen ^ maar ook aan de
hand, waarin wij de staaf houden, vervolgens aan geheel
ons ligchaam, aan den grond eindelijk, waarop wij staan
of zitten; zij is dus al te kort aanwezig, om zich te kunnen
openbaren.
Dat de lakstang ons het verschijnsel zoo duidelijk ver-
toont, is dan omgekeerd daaraan toe te schrijven, dat de
ontstane eigenschap, wegens slechte of moeijelijke geleiding,
zich genoegzaam bij de plek bepaalt waar men wrijft. Een
handvatsel derhalve of standaard van gewoon lak, nog be-
ter schellak, anders van glas, aan eene metalen staaf aange-
bragt, zal een beletsel opleveren voor de electriciteit, om
zoo spoedig te loor te gaan, en zulks des te meer, naar
mate dat handvatsel of die standaard langer en dunner is.
Raakt men eene gewreven lakstang met een dun me-
talen of aan weerskanten verguld of verzilverd papieren
schijfje aan, dat men aan een' langen dunnen draad van
schellak houdt, dan verkrijgt het dezelfde eigenschap en
het trekt op zijne beurt ligte ligchaampjes aan. Men kan
er zich dus van bedienen, om te beproeven, of eenig lig-
chaam electrisch is, waarom die schijfjes gewoonlijk proef-