Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 235 —
alle andere verbindingen, onder dien verstande, dat de ge-
wigten die zich met elkander vereenigen, juist niet alslH
tot 889 staan, maar toch altijd in de eene of andere bepaalde
verhouding. Als kool zich met zuurstof verbindt tot kool-
zuur, verbinden zich altijd 70 deelen koolstof met 200 dee-
len zuurstof, nooit met meer of met minder-, of met andere
woorden: in elke 276 gewigtsdeelen koolzuur zijn altijd 76
deelen kool- en 200 deelen zuurstof aanwezig. Men kan
dus bijv. uitrekenen , hoeveel zuurstof er noodig is om 3
ponden kool te doen verbranden, want daarvoor hebben
wij de evenredigheid: 76 deelen kool staan tot 200 deelen
zuurstof, als 3 ponden kool staan tot de benoodigde hoe-
veelheid zuurstof; het gewigt van deze is dus = 3
of 7,895 ponden zuurstof, en uit 3 ponden kool ontstaan
10,895 ponden koolzuur. En even zoo verbindt koolzuur
zich met gebranden kalk tot koolzuren kalk zoodanig, dat elk
pond kalk 775 wigtjes koolzuur opneemt; daaruit volgt, dat
in 1775 wigtjes kalksteen altijd 1000 wigtjes kalk aanwezig
zijn, en dat dus de kalk, die bijv. bij het branden van 1 pond
kalksteen moet overblijven, gevonden wordt door de even-
redigheid: 1775 wigtjes kalksteen staan tot 1000 wigtjes
kalksteen als 1000 wigtjes kalk tot het gevraagd gewigt aan
kalk, dat is: ^^^^ ^ 1000 _ ^^^ wigtjes kalk. Beide
17/5
gewigtsverhoudingen te zamen nemende kunnen wij daaruit
berekenen hoeveel kool er in 1 pond kalksteen is. Trek-
ken wij van het geheele gewigt............1000 wigtjes
de hoeveelheid kalk......................563 u
af, dan vinden wij voor het koolzuur.......437 wigtjes.
Zoo even zagen wij, dat in 276 deelen koolzuur 76 deelen
kool zijn, dus hebben wij om de kool, in die 437 wigtjes
aanwezig, te berekenen, de evenredigheid:
276 : 437 = 76 ; o;
en JT = ^^^^ — = 1201 wigtjes kool. Dergelijke
berekeningen zijn bij mengsels geheel onmogelijk.
Vragen wij nu: waarom verbinden sommige stoffen zich