Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 234 —
heel blijft uitmaken, waar de kalk tegenaan gevoegd is; maar
't is eene vereeniging, waarbij elk kleinste deel van de eene
stof zich met een of meer kleinste deelen der andere stof ver-
bindt. Wanneer zuurstof en waterstof zich tot water ver-
eenigen, dan is in elk uiterst klein waterdeeltje eene hoe-
veelheid van beide de bestanddeelen aanwezig; in elk kor-
reltje ijzerroest is een weinig ijzer met een weinig zuurstof
verbonden, en in de fijnste deelen is noch ijzer noch
zuurstof meer te onderscheiden. Er is dus een wezenlijk
ouderscheid tusschen verbinding en vermenging. Als wij
bijv. ijzervijlsel onder fijn gestampten kalk mengen, dan
zal dit niet dan een mengsel zijn, waarin de ijzer- en kalk-
deelen nog ieder afzonderlijk te onderscheiden zijn; men
kan ze door schudden weder van elkander afscheiden; de
zwaardere ijzerdeelen zakken naar beneden, de ligtere kalk-
deelen verzamelen zich boven; maar hoe lang men bijv.
water schudt, de zwaardere zuurstofdeelen scheiden zich
niet van de ligtere waterstofdeelen.
Eene verbinding onderscheidt zich ook door eene andere
eigenschap van eene menging. Wij kunnen een pond ijzer-
vijlsel met 1 pond kalk, met 2 of met 10 ponden vermen-
gen, met een woord met eene willekeurige hoeveelheid der
tweede stof; maar bij scheikundige verbinding vereenigt zich
een pond van de eene stof juist met eene bepaalde hoe-
veelheid der andere. Wanneer men 1 pond water scheidt
in zijne bestanddeelen, vindt men er 889 wigtjes zuurstof
en 111 wigtjes waterstof in. Tn ieder ander pond water is
juist evenveel zuurstof en waterstof, en zoo is dus in
10 pond water ook juist tienmaal zooveel zuurstof en tien-
maal zooveel waterstof. Als men 111 wigtjes waterstof
verbrandt, en zorg draagt dat er overvloed van zuurstof aan-
wezig is, dan bevindt men dat er juist 1 pond water ont-
staat en dat die hoeveelheid waterstof juist 889 wigtjes zuur-
stof opneemt, terwijl de overige zuurstof onverbonden over-
blijft. Als omgekeerd aan eene groote hoeveelheid water-
stof eene kleine hoeveelheid zuurstof toegevoegd wordt, zal
zich maar zooveel waterstof met de zuurstof verbinden,
dat de hoeveelheden tot elkander staan als 111 tot 889, en
de overige waterstof blijft waterstof. Hetzelfde geldt van