Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 231 —
vormt zich geene verbinding die er afvalt. Zink bedekt
zich met een graauvv of aschkleurig huidje; ook tin wordt
met een graauw huidje overtrokken; lood wordt alleen
dof; om de eigenaardige kleur en glans bij deze metalen
goed te onderscheiden, moet men daarom ook het buiten-
ste door schaven of vijlen wegnemen. Wanneer ze aan de
werking van water blootgesteld worden, ondergaat hunne
oppei'vlakte eene gelijksoortige verandering; looddeelen wor-
den bovendien somtijds, na eerst andere verbindingen te
hebben aangegaan, in water opgelost, en dat water is dan
zeer schadelijk voor het gebruik.
Is roesten het vormen van eene verbinding van het me-
taal met stoffen, die in de lucht of in het water aanwezig
zijn, dan moet het roesten voorkomen worden, zoodra men
het metaal belet, met die stoffen in aanraking te ko-
men, daar zich dan die verbinding niet kan vormen. Het
is daarop dat de bekende middelen steunen, die dienen om
metalen voor het roesten te bewaren. Men bedekt ze met
eene laag vernis of met eene verw; beiden weren de lucht
af, en zoo lang die er nergens afgesleten zijn, blijft het
metaal gaaf. Bij die metalen, waar het roestlaagje er op
blijft zitten, dient deze roest zelf, om het roesten te stuiten,
daar hij den verderen toegang van lucht en vochtigheid tot
het binnenste nog niet verroeste metaal onmogelijk maakt.
Gisten is eene verandering, die zich bij druivensap, bij
moutaftreksel en bij andere vochten, van planten afkomstig,
vertoont, en waardoor het druivensap overgaat in wijn, het
moutaftreksel in bier. Gedurende de gisting ontwikkelt zich
uit het vocht eene luchtsoort; vangt men die luchtsoort op,
en onderzoekt men ze, dan vindt men dat het koolzuur is.
Herinneren wij ons, dat planten voornamelijk uit koolstof,
waterstof en zuurstof bestaan, dan kunnen wij begrijpen van
wa&r dat koolzuur komt; er heeft eene ontbinding van het
vocht plaats, zoodat een gedeelte der koolstof en zuurstof
zich daarvan afscheiden en zich vereenigen tot koolzuur; de
wijn onderscheidt zich dus van het druivensap daardoor,
dat hij minder koolstof en zuurstof bevat.
Het zmuworden van wijn, bier, melk en andere vochten,
het ontstaan van wijn-azijn en bier-azijn, is insgelijks eene