Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 5 —
duiden wij dus eigenschappen aan, die aan een grooter
aanial ligchamen eigen zijn, dan die welke wij ons voor-
stellen, wanneer wij van eene bijzondere soort van boomen,
van eiken of beuken spreken. Wij merken dus aan het-
zelfde ligchaam tweederlei soort van eigenschappen op: al-
gemeene en bijzondere; de eerste zijn die, waarin het met
soortgelijke ligchamen overeenkomt, de andere die, waar-
door het daarvan verschilt. Ook die algemeene eigen-
schappen kunnen weder onderscheiden worden in meer en
minder algemeene. Onder de eigenschappen welke alle boo-
men met elkander gemeen hebben, zijn er sommige, die
niet alleen aan boomen , maar ook aan eene menigte an-
dere ligchamen , aan heesters en struiken, aan graan en
gras, aan mos en wier eigen zijn. Alle ontwikkelen zich
uit eerft zaadkorrel , alle worden grooter of groeijen, ko-
men tot vollen wasdom en verwelken weder. Deze meer
algemeene eigenschappen zijn het, welke wij aanduiden,
als wij aan al de opgenoemde voorwerpen gezamenlijk den
naam geven van planten.
Onder de groote menigte van eigenschappen, welke wij aan
de ligchamen opmerken, zijn hetde algemeene, wier kennis voor
ons de belangrijkste is, en waaxmede wij ons vooral zullen
bezig houden.
III.
Verclceling der Ligchamen.
De overeenkomst en het verschil der ligchamen in eigen-
schappen geeft van zelf aanleiding, om sommige ligchamen
bij elkander te voegen, andere van elkander te scheiden,
met één woord, om ze in soorten te verdeelen. Dit kan
op verschillende manieren geschieden : wij kunnen bijv. die
ligchamen bij elkander voegen, welke in kleinte of grootte,
of in andere opzigten gelijk zijn. Maar het komt er hier op
aan, om op die eigenschappen te letten, welke de voor-
naamste, de meest wezenlijke zijn. En zoo verdeelt men de
ligchamen vooreerst in die, welke door menschen be-
werkt zijn, en door die bewerking eigenschappen ont-
vangen hebben, die zij te voren niet hadden, en in
die, welke niet door menschen veranderd zijn geworden.