Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 229 —
IV.
Roesten. Gisten. Zuurworden. Bederven.
Nu wij weten waaruit water en lucht, dieren en planten
bestaan, kunnen wij ons eenig denkbeeld maken van vele
veranderingen, die wij dagelijks zien gebeuren. Bij die ver-
anderingen hebben öf scheidingen, öf verbindingen van
stoffen plaats, of wel scheiding en verbinding tevens. Een
voorbeeld daarvan leverde ons reeds de verbranding op.
Verbrandt eene enkelvoudige stof, zoo als kool- of water-
stof, dan heeft er alleen eene verbinding plaats, en wel eene
verbinding met zuurstof; de kool verandert in koolzuur,
het waterstof in waterdamp. Is het daarentegen eene za-
mengestelde stof, dan heeft er eerst scheiding, daarna ver-
binding plaats; het gas, dat tot straatverlichting dient, be-
staat uit kool- en waterstof; die scheiden zich, en ieder van
deze bestanddeelen verbindt zich met zuurstof; hier ontstaan
dus te gelijker tijd koolzuur en waterdamp. Met deze ver-
branding komt die van hout, turf en steenkolen overeen,
welke uit kool-, water- en zuurstof bestaan; ze scheiden
zich, zoo als wij zagen, in kool- en koolwaterstof; en deze
verbinden zich met zuurstof, zoowel met die, welke reeds
in de brandstof aanwezig is, als met zuurstof uit den damp-
kring; ten laatste geven zij ook niet anders dan koolzuur
en waterdamp.
Veranderingen, die plaatshebben zonder dat daartoe ver-
hitting noodig is, zijn het roesten, het gisten, het zuur-
worden en het verrotten.
Metalen roesten, wanneer ze aan lucht en vochtigheid
zijn blootgesteld; het blinkend oppervlak van het metaal
wordt dof, somtijds ruw op het gevoel, de metaalkleur
verdwijnt, er vormt zich eene nieuwe stof, die een ge-
heel ander voorkomen heeft dan het metaal, somtijds zelfs
eene korst, die, wanneer men op het metaal klopt, er in
schilfers van afvalt. Vooral bij ijzer wordt zulke verande-
ring dikwerf opgemerkt; het bedekt zich met eene laag,
die bruin of geelbruin van kleur is en er gemakkelijk afge-
nomen kan worden. Wordt ijzer in water gelegd, dan ver-
roest het ook; dit gebeurt intusschen niet in zuiver waler,