Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— i —
al onze zintuigen Ie gebruiken. Maar hel blijkt, dat ook
liet verstand werkzaam zijn moet, als wij door middel van
hetgeen wij met de zintuigen waarnemen, de ligchamen zóó
willen leeren kennen, als zij werkelijk zijn, en dat wij,
om ons oordeel op goede gronden te doen steunen , zoo-
veel mogelijk waarnemingen omtrent alles wat ons om-
ringt , en wel naauwkeurige en volledige waarnemingen,
moeten doen. Want wie enkel ter loops of eenzijdig waar-
neemt , wie zich vergenoegt met hetgeen zijne zinnen toe-
valligerwijze van de voorwerpen gewaarworden, zal in
de besluiten, welke hij daaruit afleidt, zich dikwerf be-
driegen. Wij zeggen dan , dat onze zintuigen ons mislei-
den, maar het is ons verstand, dat ons voorbarige be-
sluiten doet trekken uit hetgeen onze zintuigen ons laten
waarnemen.
II.
Algemeene en Bijzondere Eigenschappen.
Wanneer wij op de eigenschappen der ligchamen letten,
worden wij gewaar , dat vele ligchamen gelijke eigenschap-
pen bezitten. Wanneer wij een' eik wèl bezien hebben,
wanneer wij het eigenaardige van stam en takken, van bla-
deren en vruchten hebben nagegaan, en wij bezien daarna
een' anderen eik, dan vinden wij dezelfde gedaante terug,
dezelfde aaneenvoeging van deelen , een' gelijken stand en
meer andere trekken van overeenkomst. Vandaar, dat wij
aan beide boomen denzelfden naam geven, dat wij ze beiden
eiken noemen, en dat wij dienzelfden naam aan alle boo-
men geven, die dezelfde eigenschappen vertoonen. Bij an-
dere boomen daarentegen vinden wij andere vormen en
grootten, eene andere gedaante van blad en bloesem, en wij^
geven er daarom andere namen aan; wij noemen ze beu-
ken, wilgen, populieren, linden. Maar van een' anderen
kant, bij al dat in 't oog vallende verschil, komen die
onderscheidene boomsoorten toch in sommige eigenschappen
met elkander overeen: zij hebben alle een' stam, alle tak-
ken en bladeren, zij zijn alle door wortels in den grond be-
vestigd — daarom heeft men aan allen te zamen den naam
van boomen gegeven. Door het gebruiken van dien naam