Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 239!) —
komt daarmede zeer overeen. Het is dit zuiver water,
waarmede men andere stoffen vergelijkt, als men zegt, dat
ze zwaarder of ligter zijn dan water.
Van de gewone watersoorten, die in de natuur voorko-
men, heeft regenwater de meeste overeenkomst met zuiver
water. Verstoomt men dit, dan vindt men bijna geen over-
schot van vaste stof; maar het bevat eene hoeveelheid lucht,
die onder het nedervallen als regen daarin is opgenomen,
en juist die lucht maakt het aangenamer voor den smaak
dan zuiver water. Regenwater is ook niet ongezond, mits
het op de daken der huizen, in de goten en pijpen, waarin
het geleid en naar beneden gekomen is, of in den regen-
bak, waarin het bewaard wordt, geen schadelijke vreemde
stoffen opgelost heeft. Dikwerf gebeurt het, als het lang
in looden goten gestaan heeft, dat er looddeelen in aan-
wezig zijn, die het voor de gezondheid hoogst nadeelig
maken.
Rivier- en pompwater bevatten meer vaste stof opgelost
dan regenwater. Rivierwater is met den bodem en de oe-
vers van de rivier in aanraking geweest, en heeft daardoor
gelegenheid gehad, stoffen, die in den grond van dien bodem
en in die oevers aanwezig zijn, op te nemen. Pompwater is
water, 't geen in den grond ingezakt is, en door eene pomp
opgevoerd is geworden. In het pompwater van elke plaats
vindt men dus stoffen die daar in den grond voorhanden
zijn; bevinden er zich nu op verschillende plaatsen ver-
schillende stoffen in den grond^ dan zal het pompwater
ook verschillen, en dat leert de ervaring, daar men op de
eene plaats smakelijk en gezond pompwater heeft, terwijl het
op andere plaatsen ondrinkbaar is.
Eene Nederlandsche kan pompwater laat bij verdamping
niet meer dan wigtje aan vaste deelen na. Maar vult
men achtervolgens denzelfden ketel herhaalde malen met
water, dan zal elke hoeveelheid hare vaste stof achterlaten,
en zoo zal de ketel eindelijk inwendig met eene dikke korst
bedekt worden; dit heeft bij ketels van stoomwerktuigen
plaats, waarin pompwater verstoomd wordt.
In zeewater vindt men eene veel grooter hoeveelheid
vaste stof: lOOü vvigljes zeewater leveren bij verdamping