Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 218 —
Leurt dit niet. Van waar die verscliillen tusschen waler en
Avaler? Dit zal door het volgende hlijken.
Wanneer men water in een kolfje boven vuur hangt,
ziet men er in den beginne lucht uit voor den dag komen^
wat later begint het water le koken, het verandert in
stoom, die ontwijkt. Zetten wij nu de verhitting voort tot-
dat al het water verstoomd is, dan blijft er bijkans altijd eene
vaste stof over, die aan den bodem van het kolfje blijft
hechten. Dat men die vaste stof in het water niet zien
kan, moet daaraan worden toegeschreven, dat ze er in op-
gelost is, even als suiker of zout er in opgelost wordt, wan-
neer wij er dat opzettelijk in doen. Men moet die vaste
stof niet verwarren met de zigtbare vezeltjes, die dikwijls
in het waler zweven, en dus onderscheid maken tusschen
opgelost zijn en zweven-, de laatste alleen maken waler
troebel en vuil. Water, zoo als het gewoonlijk voorkomt,
bevat dus, behalve eigenlijk water, nog eene vaste stof. Wil
men zuiver water hebben, dan geeft ons het aangevoerde
het middel aan de hand om het le verkrijgen-, men behoeft
dan den stoom, die uit gewoon water opstijgt, maar op le
vangen en af te koelen. Men gebruikt hiertoe een' ketel,
die van boven in eene buis uitloopt; de stoom, door die
buis heen slroomende, geeft daaraan zijne warmte af, en
gaal weder in waler over, dal bij druppels aan het uiteinde
van die buis uitkomt. Men noemt dat oi^erhaleri, ook de-
stilleren, welk laatste woord in 't Neérduitsch afdruppelen
beteekent. Terwijl intusschen de stoom bekoelt, wordt de
buis warm, en zou al spoedig zoo warm worden, dat zij
den sloom niet genoeg meer zou afkoelen om weder lot
den staat van waler over te gaan; daarom wordt die buis
zelve gelegd in eene kuip met koud waler, waaraan zij ge-
durig de warmte, die zij van den stoom ontvangt, kan al-
geven. Wordt dit water ook le warm, zoodat het niet ver-
der lot afkoeling kan dienen, dan lapt men het uit de kuip
af, en vult deze weder met koud water aan.
Het op die manier door overhalen verkregen waler, 't
geen men ook gedestilleerd water noemt, is kristalhelder,
heeft kleur, reuk noch smaak, om welke laalsle eigenschap
het juist niet aangenaam is om te drinken-, gekookt water