Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 21G —
27 Nederlandsche duimen, omdat dan de lichtstralen, door
een enkel lichtend punt aan het oog toegezonden, zich op het
netvlies weêr in een punt vereenigen, zoodat men dan ook
een hepaald lichtend punt waarneemt, en alzoo hel voorwerp
scherp begrensd zal aanschouwen. Maar sommige lieden
zijn zoogenaamd bijziende, anderen vérziende, dat is, zij
moeten, om duidelijk en scherp waar te nemen, de voor-
werpen of zeer digt bij, öf zeer ver af houden. Dit is hel
gevolg van eene le groote of eene le geringe bolbeid der
oogen. Zijn deze le bol, dan vereenigen de lichtstralen,
die van een punt komen dat zich op den gemiddelden af-
stand van 27 duim bevindl, zich reeds eer zij hel netvlies
bereiken, en de indruk zal zich nu niet lol ee'n punt op
hetzelve bepalen, maar hij breidt zich uit over eene gansche
plek, en ieder lichtend punt wordt dus als een schijfje ge-
zien, waardoor het geheele voorwerp onbestemd en ondui-
delijk wordt. Iets dergelijks is het geval bij te geringe
bolheid der oogen; dan hebben de stralen van een' bundel
zich nog niet vereenigd als zij het netvlies treffen, waar-
door alwederom de indruk zich niet bij een enkel punt
bepaalt. De brilleglazen dienen nu om beide gebreken te
hulp te komen. De bijziende heeft in zijn' bril verstrooi-
jende, de vérziende verzamelende lenzen noodig. Door
zich de kwade gewoonte eigen le maken, van 'l gezigt le
digt op de voorwerpen te houden, dat somtijds kwalijk ver-
meden kan worden, als men veel en lang op kleine karak-
ters moet turen, wordt men bijziende. Met de jaren nemen
de oogen doorgaans in bollieid af, zoodal oude lieden van
zelve vérziende worden-, zij behoeven dan ook geen'bril om
ver van zich af le zien, maar juist als zij willen lezen of
schrijven, daar zij anders hel boek of papier op een' al
grooleren afstand zouden moeten brengen om duidelijk te
zien, welke afstand len laatste de lengte van hunnen arm
kan te boven gaan.