Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 215 — ^
nemingen gesleld. Denken wij ons wederom een pijllje,
waarvan de regts gelegen spits en links gelegen kuif liclit-
Lundels PO en KO op liet zwart van 't oog afzenden, die
daarin doordringen en zich op het netvlies weèr vereenigeii
in p en k, dan voelen wij geenszins de bepaalde plaatsen
op het netvlies waar die indrukken geschieden, maar wij
voelen of zien lichtende punten P en K in de rigtingen /jP
en AK, waarin de plaatsen van het netvlies door de stra-
lenbundels aangedaan, op de lichlindrukken terugwerken,
derhalve P regts en K links, en ziedaar het vermeende
bezwaar volkomen uit den weg geruimd.
Nog heeft men er eene groote moeijelijkheid in gevon-
den, te verklaren hoe het komt, dat men met beide oogen
de voorwerpen toch maar enkel en niet dubbel ziet. Ook
dit wordt bij eenig nadenken viit het gezegde gereedelijk
opgehelderd. Ook hier hechtte men te veel aan de twee
beelden op de netvliezen van beide oogen, alsof onze ziel
van achteren die twee beelden beschouwde. Als de assen
onzer oogen op een zelfde voorwerp gerigt zijn, dan voe-
len of zien wij door middel van het licht, dat daarvan
wordt opgevangen, dezelfde punten, en hoe kunnen wij
dan die punten dubbel zien? Of voelen wij de lijne punt
eener naald, als wij die tusschen duim en wijsvinger nemen,
ook dubbel; waarbij toch evenzeer twee indrukken worden
ondervonden? Iemand die scheel kijkt, de assen van wiens
twee oogen niet op eenig voorwerp dat hij waarnemen wil,
gerigt zijn, ziet inderdaad dubbel, hetgeen het gezegde dus
volkomen bevestigt. Enkele deelen van een voorwerp dat
vóór ons geplaatst is, kunnen wij op 't zelfde oogenblik, en
bij onveranderden stand, alleen met hel regter-, andere en-
kel met het linkeroog zien ; wij omvatten het voorwerp daar-
door eenigermate met de oogen, gelijk in het voorbeeld
straks door ons bijgebragt, het ligchaam der naald ook door
den duim en wijsvinger omvat wordt. Hel lijdt dan ook
geen' twijfel, of een paar gezonde oogen zien meer en be-
ier dan ccn oog.
INa al het voorgaande zal men ihaiis liglelijk hel nut van
brilleglazen voor gebrekkige gezigten kunnen begrijpen. Een
gezond oog ziel hel duidelijkst 0[) een' afstaiul van ongeveer