Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
_ 212 _
Vlll.
Over cle Oogen en het Zien
Van alle gezigtkundige werktuigen is zeker het oog waar-
mede de wijze Schepper ons heeft toegerust, wel het meest
zamengestelde. Het menschelijk oog is in eene heenige
holte, de zoogenaamde oogkas, ingevat, waarin het met
hehulp van daartoe aanwezige spieren, voor zoover noo-
dig is, draaijen kan. Wijders is het ter bescherming
legen beleediging van buiten, en om het de noodige rust
te geven, van eene soort van gordijn voorzien, het oog-
lid. De gedaante van het oog is die van een' kogel (zie
P'ig. 78), waarvan het voorste deel ABC door grooler
kromming een weinig uitpuilt, bij wijze van een horologie-
glaasje bijv., dat op een' bol van grooter straal geplakt
Fig. 78. ware. Dat'meer gewelfde
oppervlak heeft tot bui-
tensten rok of bekleedsel
eene doorziglige hoornach-
tige huid, het hoornvlies of
de hoornhuid geheeten, het-
welk, voor het overige van den oogbol, vervangen wordt
door de nog hardere ondoorschijnende huid ADG, waarvan
een klein gedeelte, het zoogenaamde wit van 't oog, zigt-
baar is. Laatstgemelde harde huid is inwendig als 't ware
gevoerd met een fijn vlies, de aderhuid genoemd, dat ge-
verwd is met eene zwarte stof. Eindelijk ligl weer binnen
legen die aderliuid aan een derde vlies iT, bekend onder
den naam van netvlies, omdat het eene netvormige uitbrei-
ding is van de geziglzenuw Z, die van achteren, een weinig
naar den neus toe, den oogbol ingeplant en bestemd is
om de lichtindrukken naar de hersens over te brengen.
Ter plaatse waar de doorziglige hoornhuid en de ondoor-
schijnende harde huid aan elkander grenzen, is de om-
trek ingehecht van een schijfvormig vliesje, AncC, de zoo-
genaamde regenbooghuid, dat bij verschillende menschen
verschillend gekleurd is, meestal grijs, blaauw of bruin-,
bij de Albino's is hel daarentegen kleurloos. Het vormt