Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
~ t>10
volgen, Lij geLveke waarvan, de zonnestralen niel iii de
vereischte rigling leriiggekaalsl zullen Llijven. De lens
eindelijk, die het beeld vormt, dat op een wit scherm op-
gevangen wordt, heeft in het zonmikroskoop een' zeer kor-
ten brandpunts-afsland, omdat het hier te doen is om eene
aanzienlijke vergrooting van een zeer klein voorwerp, die
dan ook eene zeer zuivere slijping van dat lensje, Lehalve
een sterk licht op het kleine voorwerp, noodzakelijk maakt.
In later jaren heeft men een kunstlicht uitgedacht, dat de
vroeger Lekende verre overtreft. Het is het licht dat een
kalkcilinderlje versjireidt, gloeijende in een' stroom van le-
venslucht en brandbare lucht. Het is zoo schitterend, dat
men het met goed gevolg in plaats van het zonnelicht heeft
doen dienen om de tooverlantaarn tot een mikroskoop te
maken, zoodat men nu ook, al heeft men geen onbewolkte
hoog staande middagzon tot zijne beschikking, toch van
menig een' druppel water de talrijke bevolking met hare
vreemdsoortige vormen en bewegingen in alle bijzonderhe-
den kan gadeslaan.
De benaming teleskoop beteekent eigenlijk juist en let-
terlijk hetzelfde als ■verrekijker. En toch onderscheidt
men ze weieens, wanneer men onder teleskoop meer be-
paald een' verrekijker bedoelt, waarvan een geslepen meta-
len spiegel een voornaam deel uitmaakt. Dat ligl echter
Kis;. 70. niet in het woord, en laat zich alzoo niet
verdedigen. Wij willen daarom van doorzig-
tige en van spiegel-teleskopen of verrekijkers
spreken.
De doorziglige teleskopen zijn of zooge-
noemde tooneelkijkers,ook wel Hollandsche ver-
rekijkers geheelen, óf gewone verrekijkers. De
gewone zijn vooreerst sterrekundige nachtkij-
kers; zij zijn ingerigt even als het zamenge-
steld mikroskoop (zie Fig. 76), met dit onder-
scheid, dat het voorwerpglas Is eene lens
van grooten voornamen brandpunts-afstand is,
daar hier het voorwerp dat men beschouwt,
veraf ligt, en alzoo het omgekeerde werke-
lijk beeldje UV des te grooler zijn zal, naar
r. A