Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 3 —
dat ergens een mensch is. Maar als wij een geluid lioo-
ren, dat wij nooit te voren gehoord hebben, weten wij
daardoor alleen, dat er ergens een geluidgevend ligchaam
is. Kwam niet het gevoel of het gezigt hier te hulp, of
hadden wij daardoor niet reeds vroeger den aard van het
geluidgevend ligchaam leeren kennen, zoo zou het ge-
hoor alleen ons maar weinig leeren van zijne eigenschap-
pen. Zelfs omtrent de plaats, waar het geluidveroorzakend
ligchaam is, laat het gehoor alleen ons in onzekerheid. Uit
hetgeen wij hooren maken wij op, waar de klok zich be-
vindt die wij hooren slaan, en dit besluit is dikwijls juist;
somtijds evenwel gebeurt het, dat het niet juist is. Wan-
neer wij door eene straat gaan , meenen wij dikwijls de klok
achter de huizen aan de eene zijde te hooren, terwijl onze
oogen ons kort te voren de overtuiging gegeven hebben,
dat de toren, waarin de klok hangt, inderdaad achter
de huizen staat aan de andere zijde van de straat •, en de
ondervinding, vroeger verkregen, doet ons besluiten, dat
waar gehoor en gezigt ons strijdige waarnemingen geven,
die van het gezigt de ware zijn.
Eindelijk geeft ook de reuk ons kennis van de aanwe-
zigheid van ligchamen. Als wij een' zekeren bekenden
reuk gewaarworden, welen wij, dat er eene roos of eene
andere bloem niet ver van ons is-, een andere reuk geeft
ons kennis, dat er azijn in onze nabijheid is. Maar ook
hier is het niet alleen de reuk, waardoor wij die kennis op-
doen ; deze doet ons alleen een' eigenaardigen geur waarne-
men, maar wanneer wij dien geur aan eene roos toeschrij-
ven, dan doen wij zulks, omdat wij vroeger hebben waar-
genomen, dat die bepaalde reuk slechts dan bespeurd
wordt, als wij eene roos konden zien of voelen. De azijn-
reuk zou ons eene onbepaalde gewaarwording geven, en
niets meer, indien wij niet vroeger ondervonden hadden,
dat die reuk alleen dan wordt waargenomen, als azijn digt
bij ons is.
Al onze zintuigen geven ons kennis van het bestaan van
ligchamen; zij leeren ons hunne eigenschappen kennen.
Het eene leert eigenschappen, die het ander nooit zou
hebben doen kennen; het is dus nuttig zooveel mogelijk
1 *