Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
170 -
verzamelende lens Is van zeer korten Lrand-
punts-afstand, dan heeft men de hoofdinrig-
ting van een zamengesteld mikroskoop. Het
voorwerpje dat men beschouwen wil, moet digt
onder de laatstgenoemde lens gehouden wor-
den — deze heet daarom voorwcrpglas — en
wel iels lager dan haar voornaam brandpunt.
Dan toch weten wij van bl. 201, dat er aan
den anderen kant der lens een werkelijk om-
gekeerd beeld UV zal gevormd worden ergens
in 't inwendige van den koker, 't welk grooter
is dan het voorwerp zelf, in reden van den grooteren afstand,
waarop het van de lens staat. Dat grooter beeld wordt ver-
volgens met de loup LS, die nu den naam yAnoogglas draagt,
beschouwd en vertoont zich dus nog al grooter in 't schijn-
bare beeld ab. De mate dezer laatste vergrooting is weêr
afhankelijk van den afstand, waarop ieder waarnemer het
duidelijkst ziet, waarnaar dus ook de plaats van 't oogglas,
met opzigt tot het werkelijke beeld UV dient geregeld te
worden, zoodra het voorwerp van het voorwerpglas een'
bepaalden afstand heeft verkregen. Daarom ook is het oog-
glas een weinig verschuifbaar, opdat een ieder het naar
zijne behoefte kunne stellen. Wil of kan men het oogglas
te dien einde niet op of neêr bewegen, dan moet men door
wijziging van den afstand des voorwerps, het werkelijk
beeld tot het oogglas doen naderen of er verderaf brengen,
'tgeen geheel op hetzelfde neêrkomt. Tot verlichting ein-
delijk van het voorwerp dient, als het doorschijnend is,
een van onderen aangebragt brandspiegeltje, en als het on-
doorschijnend is, eene derde lens bezijden, waardoor van
boven licht op het voorwerp vereenigd wordt.
Het zonmikroskoop is niet anders dan eene tooverlantaarn,
waarin, in plaats van de vlam eener lamp of kaars, het zon-
nelicht zelf gebezigd wordt, dat op een' vlakken spiegel op-
gevangen, horizontaal teruggekaatst wordt, regt op eene
groote verzamelende lens, welke de evenwijdige stralen za-
menvat en rigt op het kleine voorwerp, dat alzoo zeer sterk
verlicht wordt. Het is klaar, dat genoemde vlakke spiegel
telkens zoo gesteld zal moeten worden, dat hij de zon blijft
14