Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 208 — ^
dezelfde is, dan zouden wij de eenvoudige lens als vergroot-
glas kunnen missen. Want door liet kleine voorwerp dat
wij wensclien te beschouwen, maar digter onder het oog te
brengen, zouden wij het onder een' grooteren hoek, 't gene
men noemt grooter, zien. Dit verbiedt zich nu echter
van zelf, want heel veel digter dan lOParijsche of 27 Ned.
duimen kan men, bij een goed gezigt, geen voorwerp hou-
den, of het wordt niet duidelijk meer gezien; bijzienden
hebben dus in dit opzigt wat vooruit. Hierin bestaat nu
juist de dienst van een loup, dat zij ons in staat stelt, om
met behoud der duidelijkheid de voorwerpen van zeer digt
bij te beschouwen. Zij, Fig. 74, F het voornaam brand-
Fig. 74. punt van de loup LS, dan zouden de licht-
stralen, herkomstig van eene lichtende stip, die
zich op den afstand van F bevond, na gebro-
ken te zijn, de lens evenwijdig verlaten. Maar
staat nu het voorwerp, een pijltje AB bijv.,
iets digter bij de lens, dus tusschen F en G
in, dan schijnt het licht van A verder af, van
te komen, en zoo ook voor andere punten. Het
oog aan dezen kant van C ziet derhalve het
schijnbare beeld ab van het voorwerp AB on-
der denzelfden hoek «C^i, als waaronder het
in C, zonder lens, AB zelf zou kunnen waarnemen, bijal-
dien het er zich dan niet al te digt bij zou bevinden. Het
komt er dus op aan, de loup zóó te houden, dat het schijn-
baar beeld ab van 't geen men beschouwen wil, op zulk
een' afstand van C valt, waarop men het duidelijkst ziet.
Voor iemand die bijziende is, vergroot derhalve een zelfde
loup ook weêr het meest. Want om het beeld ah minder
ver af te krijgen, moet het voorwerp digter bij de lens zijn,
en wordt dus de hoek ACB, waaronder men het ziet, groo-
ter. Tevens blijkt het, dat voor een zelfde gezigt eene lens
meer vergroot, al naar gelang zij meer kromming of een'
korteren voornamen brandpunts-afsland heeft, omdat altijd
het voorwerp nog iets minder van de lens moet afstaan dan
het voornaam brandpunt.
Als men zich nu zulk een loup LS (zie Fig. 75), met
behulp van een' koker, verbonden denkt met eene tweede