Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 207 —
is, zoodat zij geen aanleiding krijgen om kennis te nemen
van de bijzondere wijze waarop hier de lantaarn werkt.
In stede van een' witten wand, Lezigt men een scherm
van taf of van eene dergelijke halfdoorschijnende stoffe,
waarop aan de achterzijde de heelden geworpen worden,
die dan aan de voorzijde, waar men zich in het donker be-
vindt, worden waargenomen. Maar die beelden hebben
iets eigenaardigs. Eerst merkt men eene lichtende stip,
die zoo klein is dat men niet regt zien kan, welke ge-
daante zij eigenlijk heeft-, weldra echter breidt zij zich uit,
en de bepaalde figuur laat zich erkennen, deze wordt lang-
zamerhand nog al grooter en grooter, waardoor het schijnt
als kwam zij op den toeschouwer af, totdat zij eensklaps
verdwijnt, of weêr schijnbaar terugwijkt, en ten laatste tot
de voormalige stip inkrimpt. Die wondere werking wordt
vooreerst verkregen, doordien het omringende van den grond
waarop de voorwerpen geschilderd zijn, door het opbrengen
van eene digte zwarte verw ondoorschijnend gemaakt is,
zoodat er geen veld ontstaat. Ten andere wordt de too-
verlantaarn op een karretje van het taffen scherm af- of
daarnaar toe gerold. Met den afstand nu, weten wij,
neemt ook de grootte der beelden toe of af. Om de om-
trekken altoos behoorlijk scherp te houden, zou men te
gelijker lijd de lens telkens naar eisch moeten in- of uit-
schuiven, en daartoe heeft men een' toestel uitgedacht,
waardoor de beweging van het karretje zelf daarin voor-
ziet. In de bijzonderheden van dien toestel kunnen wij
hier niet wel treden -, het zij voldoende de bedoelde in-
rigting in hare hoofdtrekken te hebben aangewezen en
verklaard.
Men zal zich nu ook gemakkelijk een denkbeeld kun-
nen maken van de inrigting en het gebruik van zooge-
noemde vergrootglazen of mikroskopen, en van verrekijkers
of teleskopen.
Elke verzamelende lens of brandglas is op zich zelve reeds
een vergrootglas, en wordt als zoodanig loup, of enkelvou-
dig mikroskoop geheeien. Als men, om iels met het bloole
oog naauwkeurig te bezien, niet noodig had, het op een'
bepaalden afstand te houden, die niet voor alle personen