Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— !l>Ü(; —
Fig. 73.
VII.
Over Geziglkundige WerUtuigen.
Het voorgedragene Levât de Leginselen van de meest ge-
Lruikelijke gezigtkundige werktuigen en toestellen, waarop
wij ze derhalve thans willen toepassen. Onder deze Le-
kleedt de welLekende tooverlantaarn eene eerste plaats.
Eene verzamelende lens A (zie Fig. 73) dient daarLij om de
stralen van de vlam eener olie-
lamp of kaars door de Lreking
zamen te pakken en te rigten op
de Leschilderde glazen, die 't on-
derste Loven in de schuif Ss ge-
stoken worden. De alzoo sterk
verlichte figuren Levinden zich aan de Linnenzijde eener
tweede verzamelende lens, op een' afstand daarvan, die
een weinig meer Ledraagt dan haar voorname brandpunts-
afstand. Bij gevolg moeten zich, naar het op LI. 201 ge-
zegde, aan den anderen kant der lens regte vergroote Leel-
den vormen, die op een' witten wand of gespannen la-
ken opgevangen en duidelijk ziglLaar gemaakt kunnen wor-
den. Het is daarLij voor de scherpe omtrekken der heel-
den geenszins onverschillig, hoe ver de lantaarn van het
tafereel afsta. Of, zoo men haar e'ens eene Lepaalde plaats
gegeven heeft, moet de juiste afstand van de lens tot de
voorwerpsglazen naar den afstand van den wand gere-
geld worden, 't geen Lij proefneming eenvoudig geschiedt
door de lens wat in of uit te schuiven. Men zou het der-
halve geheel in zijne hand heLLen, elke tooverlantaarn
naar willekeur te doen vergrooten — hoe verder toch de
wand is, des te meer nemen de heelden in grootte toe —
ware het niet, dat dit gepaard ging met eene meerdere
verspreiding van het licht, waardoor de figuren, ofschoon
behoorlijk begrensd, al spoedig te flaauw zouden worden.
Men heeft weieens op kermissen zoogenoemde geestver-
schijningen gezien. Ook deze worden door eene toover-
lantaarn te weeg gebragt, die echter, om de zinsbegoo-
cheling te bevorderen, voor de toeschouwers verborgen