Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 225 — ^
verkreeg, 't welk dus op een scherm opgevangen kon wor-
den, dat Leeld altijd omgekeerd of het onderst boven was-,
daarbij kleiner, als 't zich op geringer afstand van den
spiegel bevond, dan waarop de vlam stond-, grooter daar-
entegen, als het scherm verder af gebragt moest worden.
Plaatste men het lichtend voorwerp tusschen den spiegel en
deszelfs voornaam brandpunt in, zoodat het scherm niet
meer baatte, dan zag men in den spiegel een regt beeld,
dat er achter scheen te staan, en des te meer vergroot, naar
mate het voorwerp digter bij het voornaam brandpunt ge-
houden werd.
Laat ons nu eens nagaan, of niet Fig. 71 het eerstver-
Fig. 71. melde naar eisch kan ophelderen. De
spits A van den opstaanden pijl AB
zendt haar licht op den spiegel af, en
dat licht verzamelt zich na terugkaat-
sing in het punt rt; de stralen die van
de kuifB komen, hereenigen zich op
dergelijke wijze in het toegevoegd brandpunt b. Het beeld
ab moet derhalve blijkbaar een' omgekeerden stand heb-
ben, en des te kleiner zijn dan het voorwerp AB, al naar
gelang het digter bij het middelpunt van den bol staat.
Stelt men zich daarentegen voor, dat ab de pijl is, die met
de spits omlaag voor den spiegel zich bevindt, dan is AB
het omgekeerde nu vergroote beeld.
Fig. 72 moge het geval verduidelijken, dat de pijl AB
Fig. 72. tusschen den spiegel en het voornaam
>s ^^ brandpunt F geplaatst is. Het oog,
ergens bij O gedacht, vangt dan de
van de spits A en de kuif B herkom-
stige lichtstralen op, nadat zij op den
spiegel teruggekaatst zijn geworden,
alsof zij van de punten a ea b achter den spiegel voortkwa-
men. Het geziene beeld blijft nu noodzakelijk regt en kan
niet anders dan grooter zijn; immers ab, als achter den
spiegel, bevindt zich verder van M af, dan het voorwerp
AB, dat vóór den spiegel staat.