Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
170 -

van de verkleinende werking van Lolle spiegels. In Fig. 07
is wederom een pijl AB geteekend, die
door het oog in O bij terugkaatsing
op een' bollen spiegel SP aanschouwd
wordt. Die terugkaatsing heeft bier in
dezer voege plaats, dat het licht 't
welk de spits A afzendt, van het bij-
behoorend denkbeeldig brandpunt a schijnt te komen-, ins-
gelijks ziet het oog de kuif B van den pijl in het toegevoegde
brandpunt h, alsmede het midden C in 't midden tusschen
a en b, en zoo voorts. Dat dus het beeld kleiner moet zijn
is duidelijk, daar het achter den spiegel zich op korteren
afstand vertoont van het middelpunt M, dan het voorwerp
zelf staat, dat zich werkelijk vóór den spiegel bevindt. Hoe
verder men dit van 't spiegelend oppervlak verwijdert, des
te meer neemt de hoek AMB af, en des te meer nadert het
schijnbaar beeld voornoemd middelpunt-, het zal zich dus
al kleiner voordoen. Brengt men het voorwerp daarente-
gen nader bij den spiegel, dan zal men het des te grooter
aanscbouwen.
Hebben wij tusschen de verstrooijende lenzen en den bol-
len spiegel de merkwaardige overeenkomst kunnen opmer-
ken, dat Leiden geen werkelijke, maar alleen schijnbare
beelden geven — dergelijk eene overeenkomst bestaat er tus-
schen de verzamelende lenzen en eene andere soort van ge-
kromde spiegels, de zoogenaamde brandspiegels, om de-
zelfde reden aldus geheeten, als waarom die lenzen den
naam van brandglazen dragen. Vangt men bet volle licht
der zon op een' hollen Lolvormigen spiegel op, dan ver-
eenigen zich na terugwerping de stralen (zie Fig. 68) in
Fig. 68. het voornaam brandpunt F, gelegen mid-
den tusschen C en M in, welk laatste punt
- weder het middelpunt van den Lol voor-
Z stelt, van welks ojipervlak de brandspiegel
een deel uitmaakt. Houdt men daar ter
plaatse een stukje zwam Lijv., dan begint het te bran-
den. Eene lichtende slip L (zie Fig. 69), die niet zoo
ver afstaat, dat hare stralen geacht kunnen worden als even-
wijdig op den spiegel in te vallen, heeft een toegevoegd