Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 194 -
IV.
Over Kleurschifting cn Kleuren.
De Straalbreking van het licht in doorschijnende mid-
delstoffen staat in een zeer naauw verband met de kleu-
ren, en heeft ons ook daarmede nader bekend gemaakt.
Als men door een wigvormig geslepen stuk glas of een
zoogenoemd glazen prisma heenziet, vertoonen de voor-
werpen zich niet alleen van hunne werkelijke plaats ver-
schoven, het blijkbaar gevolg der straalbreking, maar bo-
vendien met gekleurde randen. De donkere kamer geeft
ons reden van dat vreemde verschijnsel. Laten wij daarin
door eene kleine opening het licht der zon invallen, dan
zien wij ergens tegen den overstaanden muur of welligt
op den vloer, beter nog op een wit papieren scherm ter
vereischte plaats gehouden, een wit zonnebeeld je. Doch
brengen wij onmiddellijk achter de opening dergelijk een
prisma aan als wij vermeldden, dan verspringt het zon-
nebeeld je niet alleen, maar het wordt langwerpig en ge-
kleurd, en dat wel derwijze, dat men zeven hoofdkleuren
waarneemt, die in deze orde elkander opvolgen, te weten:
rood, oranje, geel, groen, blaauw, indigo en violet. Als
men met oplettendheid den weg van het witte licht nagaat,
dat in eene rigting volgens SA (zie Fig. 56) op het prisma
Fig. 56. invalt, dan overtuigt
men zich gemakkelijk,
dat het daarbinnen niet
evenzeer gebroken wordt,
maar dat het zich scheidt
in eene ontelbare menigte
gekleurde lichtstralen,
p T waarvan de onderlinge
afwijking bij het verlaten van het prisma nog toeneemt,
alswanneer de gescheiden stralen op nieuws gebroken wor-
den. De witte lichtstraal blijkt derhalve te bestaan uit
eene oneindige menigte verschillend gekleurde lichtstralen,
waarvan de breekbaarheid in eene en dezelfde middelstof
een weinig onderscheiden is, waardoor die kleurschifting
'i