Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
193
lijn afwijken, welke volgens de meest schuinsclie rigting in-
viel. Zij AB in Fig. 54 dergelijk een lichtstraal, die, na ge-
broken te zijn, de rigting BC aanneemt,
dan is het klaar, dat men er zich geen
nog schuinscher kan denken, die in
de brekende middelstof den weg BE
Fig. 54.
O

tusschen BC en BL volgt. Omgekeerd
zal dan ook geen lichtstraal EB de
digtere middelstof kunnen uitkomen;
deze blijft er alzoo in, maar gedraagt
zicli als ware de scheidingsoppervlakte een spiegel, die zijn
.spiegelvlak naar beneden gekeerd had; hij wordt daartegen
teruggekaatst onder gelijke hoeken, zoodat de lijn BF zijn'
verderen weg door de middelstof aanwijst. Dit is de reden
waarom men bij dag door terugkaatsing op een venster-
ruit de vlam eener kaars in de kamer kan zien, mits men
haar licht maar schuins genoeg er op late invallen. Op
grond daarvan ook zou men eene donkere kamer, die slechts
céne opening had, met een stuk helder doorschijnend glas
Fig. 55, zoo kunnen afsluiten, dat, ofschoon
de stralen der zon er regt op invielen, de
kamer toch in het donker bleef, wanneer
s namelijk dat stuk glas zoo ware geslepen,
dat op de buitenste oppervlakte EF de
zonnestralen loodregt invielen, en dus daar
geen breking ondergingen, maar vervolgens
op de binnenste oppervlakte AD al te schuins
gerigt waren, om er weêr uit en de kamer
in te geraken; een straal SB bijv. zou dan,
in het inwendige van 't stuk glas, op AD volgens BC te-
ruggeworpen worden.
Behalve de gewone straalbreking, waarvan tot hier toe
sprake is geweest, doen sommige ligchamen het licht nog
eene buitengewone straalbreking ondergaan, die aan andere
meer zamengestelde wetten gehoorzaamt, zoodat het licht
daarin dubbel gebroken wordt, en de lichtstraal, die zulk
een ligchaam intreedt, zich in tweeën verdeelt; de enkele
vermelding van dat verschijnsel, waarvan het IJslandsch
kristal een voorbeeld oplevert, moge hier volstaan.
13