Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 1!)1
van den zonnestraal SO vertoont zich licht. Laat men
voorts het glas op dezelfde plaats staan, maar ontdoet men
het voor een oogenblik van zijn deksel, en giet men het
ten boorde toe vol met water, om het daarna weer van
zijn kapje te voorzien, dan merkt men dat het verlichte
punt U nu lager is gekomen, zoodat de lichtstraal, bij de
intrede in het water, van rigting veranderd of gebroken
blijkt te zijn-, hij is der loodlijn POQ nader bij gekomen,
en dat wordt nog meer het geval, merkbaar aan de nog
lagere plaats van U met betrekking totT, als men de proef
herhaalt Lij een' lageren stand der zon, wanneer hare stra-
len nog sch'uinscher invallen.
Omgekeerd, als het licht dergelijk eene diglere middel-
stof, waarin het naar de loodlijn toe gebroken wordt, in
eene schuinsche rigting uitkomt, dan verwijdert het zich
even zoo van de loodlijn. Een lichtstraal UO, in dezelfde
figuur, zou zijn' w^eg buiten het water vervolgen in de rig-
ting van OS. Ook dit kunnen wij door eene eenvoudige
proef bevestigd vinden. Wij nemen daartoe een bakje of
kommetje, zie Fig. 52, waarin wij op den bodem een' cent
ï'ig- 52. of eenig ander voorwerp leggen.
Plaatsen wij ons met het oog nu
zoo, dat de rand van den bak het
voorwerp voor onzen blik even ver-
bergt, dan zullen wij, bij geheel den-
^^ zelfden stand, dal voorwerp zigtbaar
maken, enkel door water in den bak te gieten. De rand
toch levert dan geen beletsel meer op, want het licht zal
nu boven over den rand heen ons oog kunnen bereiken,
door den gebroken' weg ACO af te leggen. Wij nemen
dan den cent waar in de rigting OC, en hij schijnt ons der-
halve toe als opgeligl te zijn-, dit is evenwel maar een zins-
bedrog, want al waren wij er onkundig van, dat een cent
in w^ater niet dreef, zoo hadden w^ij er ons op 't gevoel
maar van le verzekeren, dat hij van den bodem niet ge-
weken is. Wij begrijpen nu ook waarom een stok, schuins
in het water gesloken, zich als gebogen vertoont; immers
de deelen die onder waler zijn, worden schijnbaar geligt.
Vandaar ook dat een helder stilstaand water, waarin wij