Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 1!)0 —
werd, namelijk de verzwakking, die de lichtstralen onder-
gaan Lij liet doortrekken van onzen dampkring. Ook Lij
den heldersten winternacht zijn er altijd nog dampen in
aanwezig, en daar het nu wel geen Letoog Lehoeft, dat
nevelen zelfs de zon voor ons oog kunnen verLergen, zoo
mogen wij het er veilig voor houden, dat daarin alleen re-
den genoeg te vinden is voor eene zoo groote verzwakking
van het licht eener kaars, dat veel minder sterkte heeft
dan dat der zon, om Lij eene maar eenigzins aanzien-
lijke verwijdering, grootelijks in schijnLaren glans af te ne-
men en weldra geen' genoegzamen indruk meer op ons
gezigtszintuig te maken.
III.
V
Breking der lichtstralen.
Als de lichtstralen van de eene middelstof in de andere
overgaan, uit de lucht Lijv. in water doordringen, dan
neemt men daarLij eene zeer Lelangrijke Lijzonderheid waar.
Alleen de stralen die loodregt op het water invallen, gaan
in dezelfde rigting door-, die daarentegen .schuins daarop
invallen, worden plotseling als gebogen en nemen eene an-
dere rigting aan, waarin zij Llijven volharden zoo lang de
middelstof, waarin zij zich nu Levinden, niet van nieuws
verandert. Dat noemt men breking van het licht-, lioe
meer de lichtstralen hellen op het Lrekend oppervlak, des
te meer worden zij geLroken. Men kan zich van die ei-
genschap gemakkelijk overtuigen. Men neme daartoe een
gewoon bierglas, ""t geen men, zie Fig. -51, met een pa-
Fig. 51. pieren kapje dekke, in welks midden een gaatje
r geprikt is. Laat men nu daarop de zon schij-
k nen, tevens zorg dragende dat er zoo weinig
licht mogelijk in het inwendige dringe, Lehalve
door de opening O, waartoe men den naar de
lichtzijde toegekeerden kant CD van het glas
met een zwart papier Leieggen, of op andere
wijze ondoorschijnend maken kan , dan komt
de tegenovergestelde of afgewende kant AB ge-
heel in de schaduw , het plekje T alleen in het verlengde