Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 187 — ^
ringende door meerdere verlicliling daarbij sterker afsteekt;
eene schaduw toch op een' donkeren achtergrond verhest
zich, en laat zich niet wel onderkennen.
Een grooter voorwerp zal, als men het op een' zekeren
afstand van eene lichtbron, de vlam eener kaars bijv., stelt,
meer lichtstralen kunnen opvangen dan een kleiner. Het
zal derhalve meer lichtstralen beletten om hunnen weg te
vervolgen en alzoo in 't algemeen grooter schaduw achter
zich werpen. Bij verschillende verwijdering van de op-
pervlakte waarop die schaduw valt, zoowel als bij ver-
schillenden afstand van de lichtbron, is het echter niet zel-
den anders gesteld, 't welk een noodwendig gevolg is van
de regtlijnigheid der lichtstralen. Om dat klaar in te zien,
hebben wij Fig. 47 maar te raadplegen. Hoe verder van
f^'S' de vlam der kaars, des
te meer verspreiden
zich de stralen, en de
schaduw abc, door
een voorwérp B op
een daarachter staand
scherm geworpen, moet grooter of kleiner worden, als wij
dat scherm verder af of digter bij brengen. Daarentegen,
zoo wij deszelfs afstand van de kaars onveranderd laten,
maar het voorwerp ons bij B' denken, dan vangt dit min-
der licht op, en de schaduw zal kleiner worden. Uit de
grootte der schaduw kan men derhalve niet besluiten tot
de grootte van het voorwerji, ten zij men daarbij zijne be-
trekkelijke plaatsing, met opzigt tot lichtbron en scherm,
tevens in aanmerking neme.
Dat meer en meer uiteenwijken van een bepaald aantal
stralen, afkomstig van eene enkele lichtbron, hoe meer zij
zich daarvan verwijderen, kan ons ook leeren wat er van
de mate van verlichting zij op verschillende afstanden.
Fis. 48.
Fig. 48 stelt een
vierkant vla k j e M
voor, dat door
eene kaars ver-
licht wordt. Al
hetlicht dat daar-