Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
170 -
verbranding ontstaat, bier belet wordt le ontstaan, zoo moe-
ten er dan geheel andere verschijnselen plaats grijpen. Het-
geen daarbij geschiedt, is ook van een' anderen aard.
Wanneer men een stuk hout, in plaats van hel in een
brandend vuur te leggen, eerst in eene ijzeren buis doet,
die aan hel eene eind gesloten is, en deze zóó in het vuur
legt, dat het open eind der buis er uitsteekt, dan komen
uit dat open eind dampen en lucht te voorschijn. Leidt
men die door eene omgebogen buis in een' bak met water,
waarboven een omgekeerd glas geplaatst is, dat eerst geheel
met waler gevuld is (zie Fig. 44), dan verzamelt zich lucht
rig. 44. en damp in het glas; de
êdamp zet zich aan den wand
van het glas aan, en gaat bij
verkoeling in vocht over, de
lucht wordt helder en kleur-
--loos. Die lucht is weder van
een' anderen aard dan de reeds vermelde soorten; want
brengt men er een' glimmenden zwavelstok bij , dan ont-
vlamt hij plotselijk, en verbrandt met eene heldere vlam;
eene vlam, die veel overeenkomst heeft met die van bran-
dend hout. Wij zullen die lucht brandbare lucht noemen.
Neemt men de ijzeren buis uit het vuur en schudt men het
overblijfsel er uit, dan vindt men het hout veranderd in
houtskool, dal is in een zwart ligchaam, 't welk den vorm,
de ringen, enz. van hel hout nog vertoont, maar veel
ligter is. Er heeft dus scheiding plaats gehad; het hout is
ontleed in houtskool, die achtergebleven is, in vocht, dat,
door de hitte verdampt, als damp overgegaan is, en in
eene brandbare luchtsoort, die ook na de afkoeling lucht-
vormig blijft. In hel hout moeten dus verschillende lig-
chamen aanwezig zijn; hout is eene zamengestelde slof.
Nemen wij in plaats van hout, steenkool, dan zien wij
gelijksoortige veranderingen; er ontstaat eene zwarte kool,
die als vaste slof overblijft, vocht, dat vervlugtigt, en eene
luchtsoort, die aangestoken kan worden en verbranden zal.
Het is deze luchtsoort, die op vele plaatsen in groote hoe-
veelheid uit steenkolen bereid wordt, en onder den naam van
gas gebezigd wordt, om door hare verbranding licht te ver-