Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 170 —
liet afsnijden van den toevoer van lucht, of van den af-
voer, of van beide tegelijk, zijn middelen, waardoor de
verbranding gestuit wordt; zorgt men niet, dat het vuur
trekken kan, zoo gaat het uit. Wil men met opzet vuur
doen uitgaan, zoo bergt men de gloeijende kolen in den
doofpot, dat is, in een' ijzeren pot die behoorlijk sluit,
zoodat er geen lucht kan bijkomen, of men bedekt het
vuur met eene laag asch, die dik genoeg is, om bijna geen
lucht tot de gloeijende kolen te laten doordringen. Is er
brand in een' schoorsteen, dan bluscht men dien dikwerf,
door boven in den schoorsteen een kussen te stoppen en
zoo sterk aan te duwen, dat er geen lucht meer kan langs
stroomen; in vele schoorsteenen heeft men met datzelfde
oogmerk boven eene schuif aangebragt, waardoor men den
schoorsteen kan afsluiten.
Nemen wij al het opgenoemde in aanmerking, dan zien
wij, dat de wezenlijke verschijnselen van de verbranding zijn:
warmteontwikkeling, verbruik van lucht en vertering der
brandstof.
Bij het laatste, het verteren of verdwijnen der brand-
stof, hetzij dan geheel of ten deele, ontstaat de vraag: is
dit eene vernietiging der stof, of enkel, even als in vorige
gevallen, een overgang in een' voor ons oog onzigtbaren
toestand? Moeten wij ons voorstellen, dat de verbrande stof
opgehouden heeft te bestaan, of dat, op soortgelijke wijze
als water door verhitting in onzigtbaren damp verandert,
zoo ook hout en turf, vet en olie, door verbranding in een'
onzigtbaren luchtstroom overgaan? Deze vraag kunnen wij
beslissen door gebruik te maken van hetzelfde middel, dat
wij vroeger bezigden, door namelijk te zorgen dat het gas,
't welk ontstaan mogt, niet kan ontsnappen, en dan door we-
ging te onderzoeken, of er vermindering van stof heeft plaats
gehad. Men heeft dit onderzoek in 't werk gesteld; men heeft
ligchamen verbrand, na ze te voren te hebben gewogen; men
hield daarbij rekenschap van de lucht, die er toestroomde,
zoowel als van hetgene gedurende de verbranding opsteeg
en dat men zorgde te verzamelen; men woog beiden al-
mede, en zoo heeft men gevonden, dat, waar eene brand-
stof verteerde, de lucht juist zoo veel aan gewigt had toe-