Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 1G8 —
na eenigen tijd, de vlam op-, de overgebleven stof gloeit
intusschen nog voort-, zij verteert daarbij langzamerhand en
laat eindelijk enkel asch over. Ziedaar hetgene wij waar-
nemen, als een vuur op den haard of in de kagchel brandt.
De beide laatstvermelde verschijnselen ontbreken bij eene
goed brandende kaars of olielamp-, deze verbranden zon-
der rook te geven, zonder roet af te zetten; en aangezien
daarbij ook geene asch overblijft, moeten wij besluiten, dat
het ontstaan van asch, rook en roet geen wezenlijke of
noodzakelijke verschijnselen bij de verbranding zijn. De
verbranding van nog andere ligchamen bevestigt zulks. Als
wij fijn gestooten zwavel aansteken, begint de zwavel te
branden, er ontstaat eene blaauwe vlam, vergezeld van een'
prikkelenden reuk, de zwavel wordt verteerd, en er blijft
niets van over, noch asch, noch roet.
Er zijn ook verbrandingen, waarbij men in 't geheel geen
vlam ziet. Als houtskool, in plaats van hout, of eene
doove kool, in plaats van turf, brandt, geschiedt dal ver-
branden, of enkel met een zeer klein vlanunetje, 6f geheel
zonder, en zelfs bij het branden van hout en turf ziet men
op 't laatst geen vlam meer.
Buiten de opgenoemde verschijnselen valt er bij het ver-
branden nog meer op te merken. Behalve op de verande-
ring die de brandstof ondergaat, hebben wij namelijk ook
te letten op den invloed, dien de lucht op het branden
heeft, 't Is bekend, dat een vuur niet goed branden
wil, als er geen lucht kan bijkomen. Als hout en turf
in eene kagchel branden, die van rondom gesloten is,
dan moet er gezorgd zijn, dat de lucht van onderen kan
instroomen, en men doet dit door hel vuur op een' roos-
ter te leggen, welks staven op eenigen afstand van elkan-
der staan, en verder door le beletten, dat die rooster-
openingen verstopt raken; 't is juist het openmaken daar-
van, wat men doet, als men in de kagchel pookt. Maar
al is de rooster niet verstopt, zoo zal toch het vuur zeer
spoedig uitgaan, als de ruimte onder den rooster van de
buitenlucht afgesperd wordt door het toesluiten dier ruimte
met een deurtje. Dat er toch door de opening, die ze
in gemeenschap stelt met de lucht in de kamer, gedu-