Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— '5 —
plaats heelt. Hier werd water door verhitting in stoom ver-
anderd , de stoom stroomde in eene huis, en duwde daarin
een' zuiger voorwaarts. Hetzelfde gebeurt op groote schaal
in het stoomwerktuig; maar de ruimte, waarin het water
in stoom overgaat, en die, waarin de stoom den zuiger in
beweging brengt, zijn twee afzonderlijke deelen van het
werktuig, die door eene pijp met elkander in gemeenschap
staan. Het eerste geschiedt in een' grooten ijzeren ketel,
onder welken een groot vuur gestookt wordt; uit dien ketel
gaat eene pijp, de stoompijp genaamd, naar de buis, waarin
de zuiger is, en deze buis draagt den naam van stoomci-
liiider. Aan den zuiger is eene zuigerstang bevestigd, en
daaraan de toestel, dien men in beweging wil brengen;
drukt nu de stoom den zuiger weg, dan wordt ook die toe-
stel bewogen. Maar de stoom heeft weldra den zuiger voort-
geduwd , totdat hij aan het eind van den cilinder is geko-
men. Hier zou nu de beweging moeten ophouden; maar
opdat dit niet plaats vinde, is er eene inrigting uitge-
dacht als de navolgende (zie Fig. 43). De stoompijp AB
Fig. 43.
verdeelt zich bij B in twee verschil-
lende pijpen BC en BD, waarvan
de eene den stoom boven in den ci-
linder voert, de andere onder in
denzelven. Verder zijn er nog twee
andere buizen boven en onder aan
den cilinder in E en F aangebragt,
door welke de stoom uit den cilin-
der ontsnappen kan, als hij zijne
werking gedaan heeft. Voor elke
van de openingen C, D, E en F bevindt zich eene schuif,
waardoor ze gesloten kunnen worden. Denken'wij ons nu
de schuiven bij D en E open, die bij G en F digt, dan zal
de stoom door A B D den cilinder van onderen instroomen,
en daar die, welke boven in den cilinder zich nog bevinden
mogt, door de opening E kan afvloeijen, en dus geen' te-
genstand meer biedt, zal de drukking van den stoom den
zuiger omhoog duwen. Is de zuiger boven gekomen, dan
sluit men de openingen D en E en opent G en F; zoo kan
de stoom uit de onderruimte bij F ontwijken, en de stoom.