Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 1C3 -
en die te weeg brengt, dat iemand, die tussciien een raam
en eene kagchel zit, terwijl hij aan de eene zijde warm
wordt, aan den anderen kant hinder van koude heeft. Hoe
harder men stookt, hoe warmer en ligter de lucht bij de
kagchel wordt, des te sneller stijgt zij omhoog, en des te
meer koude buitenlucht komt er binnen, des te meer neemt
derhalve de togt toe. Wordt er niet gestookt, en zijn binnen-
en buitenlucht even warm, dan is er geen reden, waarom
door de reten lucht naar binnen zou dringen; dan voelt
men dus ook geen' togt, al zit men digt bij een slecht slui-
tend raam. Dikwijls voelt men, ofschoon vlak bij de kag-
chel gezeten, koude aan de voeten, zoo men ze op den
grond heeft; dat komt van de koude lucht, die onder langs
den grond naar de kagchel toestroomt. Bevond iemand
zich boven in de kamer en bij eene reet in een raam, dan
zou die reet hem geen gevoel van koude geven, omdat
daar geen lucht van buiten naar binnen, maar warme lucht
van binnen naar buiten doorgaat. Door het vuur, dat
men onder een' schoorsteen stookt, wordt de lucht boven
dat vuur verhit en ligter gemaakt, en daardoor stijgt die
lucht naar boven, 't geen men het trekken van een' schoor-
steen noemt; zelfs zonder schoorsteen, ook bij een vuur in
de open lucht, heeft dat trekken plaats. De schoorsteen
zelf is dus de naaste oorzaak*^ niet van het trekken van het
vuur, maar de eigenschap der lucht, om eene grootere
ruimte in te nemen, en dus ligter te worden, als men ze
verwarmt. De uitdrukking, „de schoorsteen trekt," be-
teekent eigenlijk: de warme lucht stijgt in den schoorsteen
naar boven. Dat dit dikwijls tegen onzen wil niet gebeurt,
kan aan verschillende oorzaken liggen, waarvan wij er hier
twee willen opnoemen : de warme lucht rijst niet naar bo-
ven, óf omdat ze niet genoeg verwarmd is, en alzoo nog
geen kracht genoeg heeft om de koude luchtkolom, die
zich in den schoorsteen bevindt, te verdringen, öf omdat
de bewogene buitenlucht in den schoorsteen naar beneden
wordt geperst, en deze persing de warme lucht verhindert
op te stijgen. Dit is ligtelijk het geval, als zich naast een'
schoorsteen een hooger gebouw bevindt. Waait de wind
tegen dat gebouw aan, stuit de wind, dat is de bewogene
] 1 *