Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— Id —
passing maken op andere gevallen. Brengt men 1 pond
stoom in 11 ponden water, dan zullen deze 50" warm wor-
den, aangenomen dat liet water te voren 0° koud was. Is
de hoeveelheid water grooter, dan zal de verwarming in
dezelfde verhouding minder zijn: 1 pond stoom zal dus 110
pond water 5°, 550 pond water 1 ° warmer maken 10 ponden
stoom maken 550 pond water 10° warmer, en zoo voorts.
VII.
Werktuigelijke beweging , voortgebragt door warmte.
Verwarming is dikwerf de naaste oorzaak van werktui-
gelijke beweging. Als men eene karaf met water, waar
men fijn houtzaagsel heeft doorgemengd , juist ligt genoeg
om er in te blijven zweven, boven de vlam van wijngeest
plaatst, zoodat het water van onderen alleen verwarmd
wordt, dan neemt men aan de bewegingen van het zaagsel
waar, dat het warmer water opstijgt, voorts nadat het
boven gekomen is, zijdelings uitwijkt, langs de koudere
wanden der karaf weder neerzinkt, en eindelijk omlaag
weêr naar het midden toevloeit, waar de meeste verwarming
plaats heeft. Waarom dit gebeurt is ligt te begrijpen, als
wij ons herinneren, dat water, zoodra het warm wordt,
eene grootere ruimte inneemt of zich uitzet; dat het dus
soortelijk ligter wordt dan het koude water. Want vroeger
hebben wij gezien, dat in 't algemeen een ligchaam dat
soortelijk ligter is, in een zwaarder vocht gedompeld,
daarin bprijst. Zoo ook hier : het ligter warme water be-
vindt zich in het kouder, dat zwaarder is, en gaat dus
naar boven. Maar tevens is het duidelijk, dat ten gevolge
daarvan het kouder water van ter zijde zal toeschieten,
om de plaats weêr aan te vullen; terwijl het in 't midden
opgestegen warmer water aan de oppervlakte weêr naar de
kanten afzakt. Dat aanhoudend rondstroomen nu brengt
te weeg, dat, ofschoon de verwarming van onderen ge-
schiedt, het warmste waler gedurig boven is, gelijk een
thermometer ons kan leeren, die met zijn' bol eerst in hel
bovenste, en dan in hel onderste water gedompeld wordt.
Zoodanige strooming zal daarentegen niet ontstaan, wanneer
11