Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 1G0 -
wanneer liij op 100" is gestegen, begint liet water te koken,
maar dan heeft hier iets dergehjks plaats als hij het smelten:
of het vuur al blijft doorbranden, of het water daardoor al
een' gedurigen toevoer van warmte ontvangt, zoo blijft de
thermometer echter op eene en dezelfde hoogte staan. Ook in
den damp, die uit het water opstijgt, vertoont de thermo-
meter juist 100® warmte-, het water neemt dus, bij den over-
gang in damp, eene groote hoeveelheid warmte op, waarvan
niets aan den thermometer wordt medegedeeld. Dat die
warmte inderdaad in den damp is opgenomen, dat water-
damp, waarin de thermometer 100° wijst, veel meer warmte
houdt dan kokend waler, dat ook 100° warm is, kunnen wij
op eene eenvoudige wijze aantoonen in eene proef, die ons
tevens zal doen zien, hoeveel warmle waler opneemt, als
het in stoom overgaat.
Men neme een kolfje A (Fig. 41), waarin eene zekere
hoeveelheid waler is, zette daarop
eene behoorlijk sluitende kurk, door
welke eene tweemaal regt omgebo-
gen buis h h' is gesloken, welke
buis men van onderen late uitloopen
in een glas B, waarin water is ge-
daan, dat een' warmtegraad van
smeltende sneeuw of ijs heeft. Verhit men vervolgens het
kolfje, zoodat het water daarin aan 't koken raakt en damp
ontwikkelt, zoo gaat die damp uil het kolfje door de buis hh'
over in het koude water, hij wordt, daarmede in aanraking
komende, weder waler, maar geeft daarbij de warmte die
hij opgenomen had, toen hij damp werd, aan het koude
waler af, dat dus warm wordt. Zoodra dit, naar de aan-
wijzing van een' ingedompelden thermometer, kokend heet
of 100° warm geworden is, bevindt men dat de oorspron-
kelijke hoeveelheid koud water malen de hoeveelheid
water bevatte, die nu als stoom het kolfje verlaten heeft.
De warmte, die \ ons stoom bij den overgang in waler af-
geeft, is dus toereikend om 5t ons waler 100° warm te
maken; even groot moet dus ook omgekeerd de hoeveelheid
warmte zijn, die 1 ons water opneemt, wanneer het in
stoom overgaat. Hiervan kunnen wij gemakkelijk eene loe-