Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— '155 —
brengt, waarin een vuur brandt, beslaat de pot of flescii
van Imiten, zij wordt vochtig, want dit beslag is niets an-
ders dan eene dunne laag water, welke er zich op gezet heeft.
Wanneer het 'snachts koud is, vinden wij de ramen van
een vertrek, waarin over dag gestookt wordt, den volgenden
morgen beslagen, en dit beslag is te overvloediger, naar mate
de buitenlucht kouder geworden is. Bezien wij dit beslag
van nabij, dan merken wij, dat het uit eene menigte kleiner
en grooter druppeltjes bestaat, die zich dikwerf vereenigen,
en dan in stralen langs de ruiten afloopen. Dat beslaan heeft
altijd aan de binnenzijde plaats, het is dus ontstaan uit wa-
terdamp, die binnen in het vertrek was. En waardoor?
Omdat de glasruiten door de buitenlucht aanmerkelijk kou-
der zijn geworden, de lucht in het vertrek daarentegen de
dagwarmte grootendeels behouden heeft, zoo veroorzaakt de
aanraking van die warmer lucht met de koude vensterruiten
hier den neêrslag. Alleen de glasruiten beslaan en niet de
muren en deuren, omdat deze, ofschoon ze ook wel aan
de buitenzijde afkoelen, het echter aan de binnenzijde weinig
of niet doen •, de binnenlucht vindt hier dus geen koud op-
pervlak. Waren steen en hout beter warmtegeleiders, dan
zouden ze ook a;in de binnenzijde genoegzaam afkoelen; bij
eene ijzeren deur ziet men inderdaad, omdat ijzer de warmte
goed geleidt, aan de binnenzijde even als op de venster-
ruiten een beslag ontstaan. En zoo gebeurt het soms, dat
dikke houten deuren, waarin van buiten ijzeren spijkers
zijn ingeslagen, die bijna tot aan den binnenkant doordrin-
gen, een' aanslag vertoonen op die gedeelten van het hout,
welke door de spijkers, dat is door goede warmtegeleiders,
sterker afgekoeld zijn, zoodat de aanslag de plaatsen en het
aantal der van buiten ingeslagen spijkers aan de binnenzijde
zigtbaar maakt-, dit is vooral dan zeer in het oog vallend,
wanneer het zoo koud is geworden, dat die aanslag dadelijk
bevrozen is en zich als een wit ijslaagje zeer duidelijk ver-
toont. Het omgekeerde gebeurt meermalen in het voorjaar,
wanneer de dooi spoedig invalt, dat is, wanneer de buiten-
lucht plotseling warmer wordt dan die binnen's huis-, de ra-
men beslaan dan van buiten; het water zet zich dan uit de
buitenlucht op de koude vensters aan; deze aanslag vertoont