Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— '154 —
hel fleschje was, maar nu door de warmte in damp is
veranderd, begrijpt een ieder; maar hoe kwam die uit het
water, dat onder in het fleschje is, naar buiten, terwijl er
tusschen beiden eene ruimte is, waarin geen damp zigt-
baar was? Het is duidelijk, dat de damp ook door die
schijnbaar ledige ruimte heen heeft moeten stroomen; hij
moet dus daar in een' onzigtbaren toestand zijn, waaruit
hij bij zijne intrede in de lucht in den zigtbaren is over-
gegaan, en wij moeten derhalve aannemen, dat water door
verwarming in tweederlei toestand kan geraken; in dien van
zigtbaren en van onzigtbaren damp.
Dat deze onderstelling juist is, wordt door vele verschijn-
selen bevestigd. De zigtbare damp, die uit het schaaltje of
fleschje opstijgt, de damp van een' ketel met water, die
op het vuur staaf, zelfs de groote dampwolken, die uit een'
stoomwagen oprijzen, zien wij na eenigen tijd in de lucht
weêr geheel verdwijnen. Hierbij zijn twee zaken denkbaar,
óf dat die waterdamp bij dat verdwijnen geheel vernietigd
werd, óf dat hij slechts van den zigtbaren in een' onzigt-
baren toestand is overgegaan, maar daarom toch aanwezig
is gebleven. Welk van die mogelijke gevallen inderdaad
plaats heeft, is gemakkelijk te beslissen. Immers zoodra het
blijkt, dat de verdwenen waterdeelen uit de lucht weder
voor den dag komen, moeten wij het er voor houden, dat
ze niet vernietigd waren, maar alleen in hetzelfde geval
verkeerden als de lucht zelve, die namelijk ook aanwezig
is, ofschoon onziglbaar.
Waler nu zien wij in vele gevallen uit de lucht te voor-
schijn komen, en niet alleen uit lucht, waarin men eerst
opzettelijk water heeft laten verdampen, maar ook uit de
gewone lucht, waarin wij leven. Wij behoeven daartoe
maar hetzelfde middel te bezigen, dat wij reeds aange-
wend hebben, om den zigtbaren waterdamp weder in waler
te doen overgaan, namelijk ook de lucht met een ligchaam
in aanraking te brengen, dal aanmerkelijk kouder is. En
dit doen wij in het dagelijksche leven dikwijls.
Wanneer men eene steenen kan of kruik, of eene glazen
flesch uit een' koelen kelder in de warme buitenlucht, of
uil een vertrek, waarin niet gestookt wordt, in een ander