Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— '153 —
waard worden, eer er nog maar hel buitenste gedeehe van
wegsmelt.
VI.
Over verdampen en neerslaan.
Eene derde verandering, die vele sloffen door de warmte
ondergaan, kennen wij onder den naam van verdampen.
Wanneer eene schaal met water op eene kool vuur wordt
geplaatst, zien wij uil de schaal een' w^ilten damp of wasem
opstijgen, en daarbij de hoeveelheid waler gedurig vermin-
deren-, wij besluiten daaruit, dat het een gedeelte van het
water is, dal in damp overgaat, en — daar die damp zich al-
leen vormt, wanneer het water verhit wordt— dat de warmte
de oorzaak is van de verandering van water in waterdamp.
Houden wij boven dien damp een tinnen bord of eenig
ander blinkend voorwerp, dat niet verwarmd is, dan beslaat
dit, of, zoo als men ook zegt, de damp slaat er op neer-,
dal is, het bord wordt bedekt met eene laag van zeer kleine
waterdruppels: de damp is dus weder in water veranderd.
De warme damp komt hier in aanraking met het minder
warme bord, hij geeft dus warmle af. Gelijk eerst water
door opneming van warmle in waterdamp veranderd is,
zien wij hier waterdamp door afgeven van warmte, weder
in water overgaan. Verdampen en neerslaan zijn dus te-
genovergestelde veranderingen, even als smelten en vast-
worden.
Veranderen wij de proef in zoover, dal wij niet een
open schaaltje met waler op het vuur zetten, maar er een
glazen fleschje met langen hals boven hangen, hetgeen voor
een gedeelte met water gevuld is, en zorgen wij , dat het
vuur veel hitte geeft, dan vult zich hel bovenste gedeelte
van het fleschje weldra met zigtbaren waterdamp, die er
uitstroomt-, maar kort daarna bespeuren wij in het fleschje
geen' waterdamp meer, wij kunnen er weder even goed door-
heen zien als vroeger-, boven hel fleschje intusschen ver-
toont zich voortdurend de stroom van zigtbaren damp, die
dan eerst ophoudt, wanneer in het fleschje geen water
meer is. Dat die damp niets anders is dan water, dat eerst in