Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— '152 —
meer ijs in waler over-, en, is eindelijk hel ijs geheel wa-
ler geworden , dan begint de ihermometer weder le rijzen,
en duidt hij ons weder aan , dat het water warmte van
het vuur ontvangt. Wij moeten dus uit hetgeen wij zagen
besluiten, dat al de warmte, die het vuur aan de schaal
gegeven heeft, gedurende den tijd dat de thermometer niet
rees, gediend heeft om het ijs in water te veranderen, en
dat dus inderdaad in het waler veel meer warmte is dan in
het ijs, ofschoon de thermometer die meerdere w^armle niet
aanwijst. Eene andere proef toont hetzelfde aan. Wanneer
wij twee gelijke hoeveelheden water nemen, waarvan het
eene ijskoud is, dat is, waarin de thermometer 0° wijst, en
waarvan wij het andere eerst verwarmen, zoodat de thermo-
meter daarin bijv. 50° wijst, en wij mengen dit warme wa-
ter onder het koude, dan verkrijgt het mengsel, zoo als
te verwachten was, een' warmtegraad van omstreeks 25®,
dat is een' warmtegraad, die bijna midden tusschen 0° en
50° in ligt. Nemen wij daarentegen een pond lijngestooten ijs,
waarin de thermometer even als in het koude water O® wijst,
en vermengen we dit met een pond water van 50® warmte,
dan vinden wij het mengsel ijskoud; de thermometer wijst
0° aan ; al de warmte, die het pond waler heeft gegeven,
is dus onmerkbaar geworden, maar daarbij is een groot ge-
deelte van het ijs in water veranderd; het is dus duidelijk,
dat die warmte gediend heeft om ijs in water te doen over-
gaan , en dat er geene warmte overbleef om het waler bo-
ven 0° te verwarmen. Zelfs wanneer men het water tot
80° verwarmt, en het dan bij eene even groote hoeveelheid
ijs voegt, blijft de thermometer in het mengsel op O® staan,
en eerst als het warmer dan 80° was, zal de thermometer in
hel mengsel iels hooger dan 0° wijzen. Er is dus inderdaad
veel warmte noodig, om ijs te doen smelten, en het is die
warmte, die het ijskoude water weder afgeeft op hel oogen-
blik dat het op nieuws ijs wordt. Deze waarneming ver-
klaart, waarom eene kom met ijs, in eene warme kamer
gebragt, uren tijd noodig heeft om te smelten; waarom hel
ijs in iiet voorjaar nog dagen lang in het water blijft, of-
schoon de warmtegraad der lucht reeds lang boven 0° ge-
rezen is. Daarom ook kan ijs in de warmte zoo lang be-