Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- '151 -
gekeerd, als liet vocht vastwordt, dit geschiedt als het
lot denzelfden warmtegraad is afgekoeld, waarhij het te
voren vloeibaar is geworden. Even als ijs bij 0° smelt en
water wordt, moet water tot 0° afkoelen eer het weder ijs
kan worden. Deze benaming van vriespunt is intusschen
niet geheel juist, want water koelt dikwerf tot lager dan
0° af, zonder dat het bevriest •, de thermometer wijst som-
tijds eenige graden onder O aan in water, dat nog vloeibaar
is, wanneer dit namelijk zeer rustig is afgekoeld; schudt
men dan het water, zoo ziet men het veelal plotseling in
ijs overgaan.
Bij dien overgang heeft eene bijzonderheid plaats, die
zeer vreemd is, en die zonder thermometer niet opgemerkt
zou zijn geworden. De thermometer rijst op dat oogenblik
van vastworden, en wel juist tot 0°, tot het smeltpunt;
die rijzing duidt eene uitzetting aan van het kwik in den
thermometer, en deze heeft niet plaats, dan wanneer er
aan den thermometer warmte wordt medegedeeld.
Wij moeten hieruit opmaken, dat het bevriezen van
water vergezeld gaat met het afgeven van warmte. Het
schijnt wonderbaar, dat bevriezen warmte veroorzaakt;
maar onze bevreemding wijkt, zoodra wij behoorlijk on-
derscheid maken tusschen een ligchaam dat reeds koud
is, en een ander dat koud wordt. Raken wij het eerste
aan, dan deelt ons ligchaam er warmte aan mede, en
wij hebben dus de gewaarwording van koude; maar een
ligchaam dat koud wordt, wordt dit juist daardoor, dat
het aan een ander warmte afgeeft; datzelfde gebeurt nu
ook bij het bevriezen. En dat bij het bevriezen inder-
daad warmte moet afgegeven worden , kan ook uit andere
proeven blijken. Wanneer wij bijv. eene schaal met zand
op een kool vuur plaatsen, en in dat zand een' thermo-
meter zetten, zien wij dien thermometer gedurig rijzen,
omdat het vuur gedurig warmte qian het zand, en dus
ook aan den thermometer geeft. Maar bezigen wij voor die
proef eene schaal met ijs, zoo zien wij den thermometer,
als hij daarin lager dan 0° staat, juist tot 0° rijzen , maar wij
zien hem dan stilstaan, en zelfs gedurende een' geruimen
lijd op die hoogte blijven. Iniusschen gaat er hoe langer hoe