Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- '148 -
het den daarvoor noodigen graad van hitte heeft. Koelt
het gesmolten ligchaam weder af, dan keert het tot den
vasten toestand terug, en er ontstaat een vast ligchaam, dat
weder dezelfde eigenschappen heeft als het vroegere had.
Bij dit vastworden heeft een dergelijk verschil plaats als
hij het smelten. Het eene ligchaam wordt reeds vast, ter-
wijl het voor ons gevoel nog heet of warm is, het andere
dan eerst, wanneer het zoo ver afgekoeld is, dat wij het
koud noemen. Die de meeste hitte noodig hadden om te
smelten, worden ook Lij afkoeling het spoedigst weder
vast. Geschiedt dit reeds Lij hoogen- warmtegraad, dan
noemen wij dat vastworden stollen, Lij lageren heeten wij
het bevriezen. Stollen en Levriezen is dus het tegenover-
gestelde van smelten.
Wanneer eene vloeistof in een vat wordt gegoten, en zij
koelt daarin zoo ver af dat zij stolt, dan heeft deze Lij-
zonderheid plaats, dat de vastgeworden zelfstandigheid
juist den vorm van het vat aanneemt. Bevriest water in
een gew'oon Lierglas, dan verkrijgen wij een' langwerpig
ronden klomp ijs. De zwavel komt Lij droogisten en apo-
thekers in den vorm van lange ronde pijpen voor, niet
omdat de natuur ze in dien vorm voortbrengt, maar om-
dat zij is gesmolten geworden, en men ze in vloeiLaren
staat in houten pijpen gegoten heeft, waarin zij Lij afkoe-
ling vastgeworden is.
Van de Leide opgegeven eigenschappen, van het smelt-
baar zijn van vele ligchamen, en van het aannemen van
den vorm van het vat waarin ze weder stollen, wordt da-
gelijks gebruik gemaakt om bepaalde vormen, vooral aan
metalen, te geven. Wij hooren dikwerf spreken van gego-
ten ijzer, \n tegenoverstelling van gesmeed of geplet ijzer;
van gegoten glas, in tegenoverstelling van geblazen glas.
Met die benaming geeft men te kennen, dat dat ijzer of
glas gesmolten geweest is, en dat men het toen heeft laten
stollen in een vat, 't geen juist die gedaante had, welke
men aan het ligchaam wilde geven. De benaming van sme-
den, pletten of blazen daarentegen duidt andere bewer-
kingen aan, waardoor men eenig ligchaam een' bepaalden
vorm weet te geven, zonder het eerst vloeibaar te maken.